Bijna tien jaar na de dood van haar dochter Esther Paul hoopt Suus Joosten nog altijd op een doorbraak. Woensdag zit ze met een foto van Esther bij de Tweede Kamer, waar wordt gedebatteerd over het bewaren van politiegegevens voor cold cases. Suus vreest dat het vernietigen van die gegevens de kans verkleint dat de moord op haar dochter ooit wordt opgelost. "Eenmaal weggegooid, komt dat nooit meer terug. En dan kun je dat ook niet meer oplossen. Voor ons is dat echt een drama."
Esther werd in 2017 dood gevonden in het Veluwemeer. Ze was vastgebonden en zwaar toegetakeld. Niemand is voor haar dood opgepakt. "We hebben nooit meer afscheid van haar kunnen nemen, alleen van haar handen, zo erg was ze toegetakeld. Dat doet nog steeds pijn."
Voor de dood van Esther is niemand opgepakt. Volgens Suus zijn er wel sterke vermoedens over wie erachter zit, maar ontbreekt het bewijs. Juist daarom vindt ze het belangrijk dat politiegegevens die later alsnog van betekenis kunnen zijn, niet worden vernietigd.
Meldingen, aangiften en controles
Het gaat om gegevens uit het dagelijkse politiewerk, zoals meldingen, aangiften en controles. Die informatie kan jaren later alsnog belangrijk blijken voor een cold case. Het gaat niet om DNA en ander bewijs dat al in een coldcasedossier zit. "Voor nabestaanden is dit funest", zegt Suus over het vernietigen van de gegevens. "Dan heb je straks helemaal geen zaak meer."
Justitieminister David van Weel laat woensdagmiddag weten dat de oude gegevens voorlopig bewaard blijven en riskeert daarmee een dwangsom van de Autoriteit Persoonsgegevens. Hij wil tijd winnen om opnieuw te onderzoeken of het wettelijk mogelijk kan worden gemaakt om de informatie langer te bewaren.
Tot nu toe stellen de AP en de Raad van State dat de politie niet jarenlang een "hooiberg" aan gegevens mag bewaren in de hoop daar later een relevante speld in te vinden, aldus Van Weel.