
Panel
Vandaag, 22:06
Een balkje voor de ogen of het hele gezicht wazig gemaakt: verdachten worden in Nederland vaak onherkenbaar in beeld gebracht. Maar veel Nederlanders vinden dat politie en media daar minder terughoudend mee mogen omgaan. 71 procent wil in bepaalde gevallen eerder het gezicht van een verdachte kunnen zien, blijkt uit nieuw onderzoek onder het Hart van Nederland Panel.
Dat betekent niet dat al die mensen iedere verdachte meteen herkenbaar in de krant of op televisie willen. 38 procent kiest voor een tussenweg: verdachten blijven in principe onherkenbaar, behalve wanneer er nauwelijks twijfel bestaat dat zij het strafbare feit hebben gepleegd. Bijvoorbeeld bij een bekentenis of wanneer duidelijk op beeld staat wat er gebeurt. 33 procent gaat verder en vindt dat verdachten standaard herkenbaar mogen worden getoond, ook vóór een veroordeling.
27 procent wil juist vasthouden aan de terughoudende aanpak: een verdachte blijft onherkenbaar zolang een rechter hem of haar niet heeft veroordeeld.
Ook bij Nieuws van de Dag ging het over de vraag of we verdachten te veel uit beeld houden. Bekijk het gesprek in de video hierboven.
Wil jij meepraten over thema's zoals de toekomst van vuurwerk, lange wachtlijsten in de zorg of politieke besluiten? Meld je met deze blauwe knop aan voor het Hart van Nederland-panel en bepaal wat nieuws wordt!
Meld je aan
Dat Nederland voorzichtig is, heeft een belangrijke reden. Een verdachte is nog geen veroordeelde. Het Openbaar Ministerie moet bij het delen van informatie rekening houden met de onschuldpresumptie en het recht op een eerlijk proces. Het OM waarschuwt daarbij ook voor een "trial by media".
Ook voor journalisten geldt terughoudendheid. De Leidraad van de Raad voor de Journalistiek stelt dat media in principe moeten voorkomen dat verdachten en veroordeelden door het grote publiek eenvoudig kunnen worden geïdentificeerd en opgespoord. Daar zijn uitzonderingen op, bijvoorbeeld bij opsporingsberichtgeving of wanneer iemands identiteit echt belangrijk is voor het verhaal.
Een deelnemer aan het Hart van Nederland-panel vindt die bescherming juist belangrijk: "Je moet je straf krijgen van justitie en niet van de bevolking."
Daar zit een risico achter dat ook in wetenschappelijk onderzoek wordt gezien. Een grote analyse van 45 onderzoeken met in totaal ruim 11.000 deelnemers vond dat negatieve berichtgeving vóór een rechtszaak de kans vergrootte dat proefpersonen een verdachte schuldig achtten. Dat onderzoek komt grotendeels uit landen met juryrechtspraak en is dus niet één op één naar het Nederlandse rechtssysteem te vertalen, maar laat wel zien dat publiciteit vóór een veroordeling de beeldvorming kan beïnvloeden.
Helemaal nieuw zou herkenbaar tonen overigens niet zijn. De politie kan nu al herkenbare beelden van verdachten verspreiden als dat nodig is voor de opsporing. Daar gaat een afweging door het Openbaar Ministerie aan vooraf, waarbij onder meer wordt gekeken of het middel echt nodig en niet te zwaar is.
Dit jaar gebeurde dat bijvoorbeeld op grote schaal bij de actie Game Over?! tegen nepagenten en bankhelpdeskfraude. Verdachten kregen eerst de kans zichzelf te melden. Daarna werden 79 overgebleven verdachten herkenbaar getoond op onder meer televisie, sociale media en digitale schermen. Volgens de politie hadden zich daarvoor al 21 verdachten gemeld of waren zij herkend.
Dat het fout kan gaan, is ook een reden voor voorzichtigheid. Volgens het OM werden tussen augustus 2019 en augustus 2024 naar schatting 6.000 tot 7.000 beelden van vermoedelijke betrokkenen verspreid. In ongeveer tien gevallen werden daarbij verkeerde beelden getoond.
Toch vindt een groot deel van het Hart van Nederland Panel dat de balans nu te veel richting de verdachte doorslaat. "Ik vind dat de privacy van verdachten minder moet wegen dan van de slachtoffers", schrijft een deelnemer. Een ander vat het korter samen: "De wet op privacy is behoorlijk doorgeschoten."
Dit onderzoek is uitgevoerd onder het Hart van Nederland-panel, dat zo representatief mogelijk is voor de volwassen Nederlandse bevolking op basis van onder meer geslacht, leeftijd, regio, opleiding en politieke voorkeur (Gouden Standaard van Data & Insights Network en CBS). De vragenlijst is door de redactie neutraal opgesteld, het veldwerk is gedaan door onderzoeksbureau No Ties, onderdeel van Highberg. Bij minimaal 2.000 respondenten wordt de steekproef gecontroleerd en zo nodig gewogen; de foutmarge is bij die omvang rond de 2,2 procentpunt bij een uitkomst van 50 procent, met een betrouwbaarheidsniveau van 95 procent. Lees hier de volledige verantwoording van onze panelonderzoeken.



