
Inflatie
Vandaag, 07:05
Het effect van de hogere energie- en brandstofprijzen door de oorlog in het Midden-Oosten blijft voor de meeste Nederlandse huishoudens beperkt. Dat meldt het Centraal Planbureau (CPB) in een nieuwe studie. Wel worden huishoudens met een lager tot modaal inkomen, een hoger gasverbruik en/of veel autokilometers relatief hard geraakt.
Het CPB onderzocht twee scenario's. In het scenario dat aansluit bij de marktverwachtingen blijft het negatieve effect op de inkomens dit jaar en volgend jaar gemiddeld onder de 1 procent. In het scenario waarin de oorlog met Iran langer duurt en de energieprijzen hoog blijven, loopt dat op naar ongeveer 1 procent in 2026 en 2 procent in 2027.
Volgens het CPB blijven de inkomenseffecten daarmee voorlopig ruim onder het mediane koopkrachtverlies van ongeveer 4 procent tijdens de energiecrisis van 2022, toen de gasprijzen door de oorlog in Oekraïne sterk stegen.
Voor huishoudens met een lager tot modaal inkomen en een hoger gasverbruik, meer autokilometers of beide kan het koopkrachtverlies oplopen tot 6 procent. Bij huishoudens met een bovenmodaal inkomen kan het negatieve effect stijgen tot 4 procent.
Het CPB verwacht dat de gestegen gasprijzen volgend jaar een groter effect hebben. Steeds meer huishoudens krijgen dan te maken met hogere tarieven doordat energiecontracten aflopen. Vooral voor lagere inkomens kan dat zwaar wegen, omdat energiekosten een relatief groot deel van het besteedbaar inkomen uitmaken.
Huishoudens met een warmtepomp of elektrische auto zijn minder gevoelig voor stijgende energie- en brandstofprijzen. In de praktijk beschikken vooral hogere inkomens over deze voorzieningen.




