
Beleid
7 mei 2026, 06:53
Steeds meer vluchtelingen die in Nederland mogen blijven, vinden kort na het krijgen van hun verblijfsvergunning al werk. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Statushouders werken vooral als oproepkracht of uitzendkracht, vaak in de horeca of detailhandel.
In 2024 had één op de acht statushouders binnen drie maanden na het ontvangen van een verblijfsvergunning al een baan. Dat is ruim twee keer zoveel als in 2021, toen nog 6 procent van de nieuwe statushouders werkte. In 2014 lag dat percentage zelfs op slechts 1 procent.
Percentage statushouders tussen de 18 en 65 jaar dat drie maanden na het ontvangen van een verblijfsvergunning werk had. Bron: CBS.
Jaartal | Percentage werkende statushouders |
|---|---|
2014 | 1 procent |
2015 | 0,6 procent |
2016 | 1 procent |
2017 | 1,2 procent |
2018 | 2,1 procent |
2019 | 2,6 procent |
2020 | 2,7 procent |
2021 | 5,6 procent |
2022 | 7,5 procent |
2023 | 11,9 procent |
2024 | 12,9 procent |
Asielzoekers laten werken kan ons land miljarden opleveren, zoals te zien in de video boven dit artikel.
Volgens het CBS spelen veranderde regels hierbij een belangrijke rol. Asielzoekers mogen tegenwoordig vaker werken terwijl hun asielprocedure nog loopt. Eerder mochten zij maximaal 24 weken per jaar werken, maar die beperking werd in 2023 geschrapt door de Raad van State. Sindsdien mogen asielzoekers werken zodra zij minimaal zes maanden in Nederland verblijven.
Hoe langer statushouders in Nederland wonen, hoe groter de kans dat zij werk hebben. Van de mensen die in 2021 een verblijfsvergunning kregen, had drie jaar later bijna 33 procent een baan. Bij de groep uit 2014 was dat percentage na drie jaar nog 19 procent. Zeven jaar later had meer dan de helft van die groep werk.