OverzichtTip de redactie
Volg Hart van Nederland

Na website-uitval wil 71 procent digitalisering afremmen: kan dat nog?

Panel

Vandaag, 14:44

Link gekopieerd

De massale uitval van websites door ernstige beveiligingsproblemen woensdag heeft de zorgen over onze digitale afhankelijkheid aangewakkerd. Maar liefst 71 procent van de deelnemers aan het Hart van Nederland Panel vindt dat Nederland de digitalisering moet afremmen, omdat we te afhankelijk worden van kwetsbare systemen. Maar kan dat eigenlijk nog? En wat als je je zaken liever zonder computer of internet regelt?

Woensdag gingen in heel Nederland websites uit voorzorg offline vanwege twee ernstige kwetsbaarheden in de veelgebruikte programmeertaal PHP. Onder meer DigiD, MijnOverheid en websites van gemeenten en andere organisaties waren tijdelijk onbereikbaar. Ook in de dagen erna waren sommige websites nog uit de lucht.

Drie op de tien ondervonden hinder

Uit het panelonderzoek blijkt dat 30 procent donderdag zelf hinder ondervond doordat websites, webwinkels of andere online diensten niet bereikbaar waren. Nog eens 37 procent merkte de problemen wel op, maar had er geen last van. Een derde (33 procent) kreeg er helemaal niets van mee.

Meld je aan voor het Hart van Nederland Panel

Wat moet er veranderen in Nederland? Waar maak jij je zorgen over? En wat gaat juist wél goed? In het Hart van Nederland Panel vragen we duizenden Nederlanders naar wat zij vinden van het nieuws van vandaag. Meld je aan en praat mee.

Meld je aan

De gebeurtenissen roepen ook bredere vragen op. Zo vindt 71 procent dat Nederland de digitalisering moet afremmen, omdat we anders te afhankelijk worden van kwetsbare systemen. Daartegenover staat 23 procent dat juist wil doorgaan, omdat de voordelen van digitalisering volgens hen zwaarder wegen dan de risico's. De overige 6 procent weet het niet.

In de open antwoorden klinkt vooral de wens om niet volledig afhankelijk te worden van computers. "Ik wil zowel digitaler als analoger. Een analoge back-up zou heel handig zijn", schrijft een deelnemer. Een ander vindt dat bedrijven ook zonder digitale systemen moeten kunnen blijven functioneren.

Kunnen we eigenlijk nog zonder digitalisering?

Een afspraak maken, een formulier invullen of iets regelen met de overheid: steeds vaker gaat dat digitaal. Maar wat als je liever belt, een brief stuurt of persoonlijk naar een loket gaat? Volgens de Nationale ombudsman zijn ongeveer 2,6 miljoen Nederlanders niet digitaal vaardig. Zij kunnen moeite hebben met het zelfstandig regelen van hun zaken via internet.

Maar helemaal zonder digitale systemen? Dat zou tegenwoordig behoorlijk ingewikkeld worden. Volgens de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) zijn vrijwel alle belangrijke voorzieningen in Nederland inmiddels afhankelijk van digitale technologie. Niet alleen overheidswebsites, maar ook het betalingsverkeer, de zorg en de energievoorziening draaien op computersystemen. Ook het bedrijfsleven kan nauwelijks meer zonder: in 2025 gebruikte 82 procent van het personeel bij bedrijven met minstens tien werknemers internet voor het werk.

Cash betalen belangrijk

Toch betekent dat niet dat we alles maar verder moeten digitaliseren. Onderzoeksinstituut Rathenau waarschuwt juist voor een te grote afhankelijkheid van digitale systemen en een klein aantal technologiebedrijven. Door bewustere keuzes te maken en alternatieven beschikbaar te houden, kunnen organisaties die afhankelijkheid verminderen.

Een herkenbaar voorbeeld is contant geld. Hoewel steeds meer mensen pinnen, accepteerde in 2025 nog 96 procent van de onderzochte winkels en dienstverleners contante betalingen. Volgens De Nederlandsche Bank vindt zelfs 92 procent van de Nederlanders het maatschappelijk belangrijk dat je met cash kunt blijven betalen. Ook de overheid houdt de mogelijkheid open om bijvoorbeeld per post, telefoon of aan een loket zaken te regelen.

Maak van Hart van Nederland je Google-favoriet

Digitalisering volledig terugdraaien is dus nauwelijks realistisch. Maar voorkomen dat mensen en organisaties uitsluitend afhankelijk worden van digitale diensten, kan wel. En juist daarover maken verschillende deelnemers aan het Hart van Nederland Panel zich zorgen. "Natuurlijk kan dit niet meer teruggedraaid worden en er is ook niets mis met digitalisering, maar ervoor zorgen dat het bedrijfsleven gewoon door kan gaan als digitaal tijdelijk niet mogelijk is, vind ik een must", schrijft een van hen.

Kwart vertrouwt websites nog niet

Inmiddels zijn veel van de getroffen websites weer bereikbaar. Woensdag kwamen beveiligingsupdates beschikbaar waarmee organisaties de kwetsbaarheden konden verhelpen. Toch is het vertrouwen nog niet bij iedereen terug. Bijna een kwart (24 procent) heeft er geen vertrouwen in dat de websites die offline gingen inmiddels weer veilig te gebruiken zijn. Twee derde (67 procent) heeft dat vertrouwen wel, 9 procent weet het niet.

Het nieuws heeft sommige Nederlanders ook aangezet tot actie. Zo zegt 12 procent de eigen digitale veiligheid te hebben verbeterd, bijvoorbeeld door wachtwoorden te veranderen of extra beveiliging in te stellen. Een meerderheid (56 procent) zegt dat niet nodig te vinden omdat de eigen beveiliging al voldoende geregeld is. Nog eens 28 procent heeft ook geen actie ondernomen, maar juist omdat ze de noodzaak er niet van inzien.

Volgens het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) konden kwaadwillenden via de kwetsbaarheden mogelijk op afstand toegang krijgen tot systemen. Voor zover bekend waren er bij de eerste waarschuwingen geen signalen dat de kwetsbaarheden daadwerkelijk werden misbruikt. Websitebeheerders kregen het dringende advies hun systemen bij te werken.

Dit onderzoek is uitgevoerd onder het Hart van Nederland-panel. Vanaf 2.000 respondenten wordt de steekproef gecontroleerd en waar nodig gewogen op onder meer geslacht, leeftijd, regio, opleiding en stemgedrag bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen, aan de hand van de Gouden Standaard van Data & Insights Network en officiële bevolkings- en verkiezingsgegevens. De vragenlijst is door de redactie zo neutraal mogelijk opgesteld. De steekproeftrekking, het veldwerk en de weging worden uitgevoerd door onderzoeksbureau No Ties, onderdeel van Highberg. Lees hier de volledige verantwoording van onze panelonderzoeken.