OverzichtTip de redactie
Volg Hart van Nederland
Nederlanders positiever over lhbti, zien vooral in steden veel antihomogedrag

Nederlanders positiever over lhbti, zien vooral in steden veel antihomogedrag

Panel

Vandaag, 10:53

Link gekopieerd

Nederlanders staan steeds positiever tegenover homo- en biseksualiteit, maar zien in hun eigen omgeving nog geregeld antihomogedrag. Vooral in steden denken veel mensen dat homoseksuelen zich niet altijd vrij kunnen uiten. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van het Hart van Nederland Panel.

Van alle ondervraagden staat 63 procent positief tegenover homo- en biseksualiteit. In 2025 was dat nog 60 procent en in 2023 55 procent. Nog eens 31 procent is neutraal. 5 procent staat er negatief tegenover en 1 procent heeft geen mening.

De groeiende acceptatie betekent volgens de deelnemers niet dat homoseksuele mensen overal zonder problemen zichzelf kunnen zijn. Een op de vier Nederlanders denkt dat zij zich in de eigen woonomgeving niet net zo vrij kunnen uiten als heteroseksuelen. Bijna een derde, 32 procent, ziet of merkt dat homoseksuele mensen vanwege hun geaardheid negatief worden behandeld.

Deze week werd nog in Amsterdam stilgestaan bij de aanslag op de Pride in Berlijn. De herdenking zie je in deze video:

Aanslag tijdens Pride in Berlijn herdacht bij Homomonument Amsterdam
2:36

Aanslag tijdens Pride in Berlijn herdacht bij Homomonument Amsterdam

In steden vaker zorgen over vrijheid en veiligheid

Vooral onder stadsbewoners is het beeld zorgelijk. Van hen zegt 37 procent in de eigen omgeving te zien of te merken dat homoseksuelen negatief worden behandeld. Onder inwoners van dorpen en het platteland is dat 25 procent.

Ook bij de vraag of een homoseksueel stel zonder problemen hand in hand over straat kan lopen, zijn de verschillen groot. In steden denkt 63 procent dat dit kan, tegenover 78 procent op het platteland. Van de stadsbewoners verwacht 27 procent problemen. In dorpen en landelijke gebieden is dat 15 procent.

Dat verschil betekent niet automatisch dat de acceptatie in steden lager is. Stadsbewoners zeggen juist iets vaker positief te staan tegenover homo- en biseksualiteit dan mensen in dorpen en op het platteland, met respectievelijk 65 procent in steden en 60 procent in dorpen en buitengebieden. Mogelijk zien mensen in steden antihomogedrag vaker, of is het gedrag daar zichtbaarder.

Jongeren en mannen minder vaak positief

Ook tussen leeftijdsgroepen zijn duidelijke verschillen te zien. Van de deelnemers tussen de 18 en 44 jaar staat 58 procent positief tegenover homo- en biseksualiteit. Onder mensen van 45 jaar en ouder is dat 68 procent.

Mannen zijn eveneens minder vaak positief dan vrouwen. Bij mannen gaat het om 58 procent, bij vrouwen om 68 procent. 7 procent van de jongere deelnemers staat negatief tegenover homo- en biseksualiteit. Onder 45-plussers is dat 3 procent.

Meld je aan voor het Hart van Nederland-panel

Wil jij meepraten over thema's zoals de toekomst van vuurwerk, lange wachtlijsten in de zorg of politieke besluiten? Meld je met deze blauwe knop aan voor het Hart van Nederland-panel en bepaal wat nieuws wordt!

Meld je aan

Over oorzaken lopen meningen uiteen

Uit veel open reacties blijkt dat deelnemers onderscheid maken tussen acceptatie van iemands geaardheid en zichtbare uitingen, zoals Pride, regenboogvlaggen of opvallende kleding. Een deel zegt geen probleem te hebben met homoseksualiteit, maar vindt dat er te veel aandacht voor is. Zo schrijft een deelnemer: "Iedereen mag zijn wie je wil. Maar doe maar gewoon en niet overdreven."

Een ander zegt juist: "Ik snap werkelijk niet waarom mensen aanstoot nemen aan lhbtiq+. Het is al moeilijk genoeg om anders te zijn. Dus laat anderen gewoon zijn wie ze zijn en houden van wie ze houden. Zonder oordeel."

Ook laten de open antwoorden van respondenten zien dat veel deelnemers religie en migratie noemen als verklaring voor spanningen. "Ik woon in de Biblebelt maar ben zelf niet gelovig. Ik zie en hoor veel misprijzends over andersvoelenden en -denkenden, met een heel zuinig mondje", schrijft een respondent.

Een andere deelnemer zegt juist: "Volgens mij is dit vooral een probleem in de grote steden waar veel allochtonen wonen."

Het panelonderzoek heeft niet vastgesteld welke groepen verantwoordelijk zijn voor antihomogedrag en geeft ook geen antwoord op de oorzaken daarvan. Wel laten andere onderzoeken zien dat religie een rol kan spelen bij de acceptatie van homoseksualiteit. Zo blijkt uit het onderzoek God in Nederland 2025 dat een deel van de protestantse christenen vaker afwijzend tegenover homoseksualiteit staat dan rooms-katholieken en niet-kerkelijken. Ook eerder SCP-onderzoek laat zien dat de acceptatie gemiddeld lager ligt onder onder meer orthodox-protestanten en moslims, al lopen de opvattingen binnen die groepen sterk uiteen.

Lhbti'ers schetsen zorgelijk beeld

De deelnemers uit het Hart van Nederland Panel die zichzelf identificeren als lhbti'er geven een negatiever beeld van de situatie. Van deze deelnemers denkt slechts 47 procent dat een homoseksueel stel zonder problemen hand in hand over straat kan lopen, een stuk lager dan de 68 procent die alle respondenten samen geven. Ook zegt 56 procent van de LHBTI-deelnemers dat zij zien of hebben ervaren dat mensen negatief worden behandeld vanwege hun homoseksuele geaardheid. Onder alle deelnemers is dat 32 procent.

Een non-binaire respondent beschrijft hoe de angst voor reacties invloed heeft op dagelijkse keuzes: "Ben non-binair, maar ik kleed me min of meer 'normaal' omdat ik geen zin heb in nieuwsgierige blikken door een afwijkende kledingstijl die meer recht doet aan hoe ik me als mens voel."

Een andere lhbti-deelnemer noemt de acceptatie in Nederland soms vooral oppervlakkig. "De schijntolerantie is vaak heel groot. Ik heb al jaren gemerkt dat men achter je rug om openlijk discrimineert. Ook door politiek correcte lieden. Maar gelukkig zijn er ook veel goede mensen."

Tegelijk laten de open antwoorden zien dat ook binnen de lhbti-groep de meningen over de oorzaken van spanningen uiteenlopen. Zo schrijft een respondent: "Een homo moet bij zijn of haar coming out zeggen dat hij of zij 'mens' is." Een ander vindt juist dat de aandacht voor het onderwerp soms doorschiet: "Probeer het MENS zijn meer te benadrukken. Gay Pride, Roze Maandag schiet al jaren het doel voorbij."

Dit onderzoek is uitgevoerd onder het Hart van Nederland-panel, dat zo representatief mogelijk is voor de volwassen Nederlandse bevolking op basis van onder meer geslacht, leeftijd, regio, opleiding en politieke voorkeur (Gouden Standaard van Data & Insights Network en CBS). De vragenlijst is door de redactie neutraal opgesteld, het veldwerk is gedaan door onderzoeksbureau No Ties, onderdeel van Highberg. Bij minimaal 2.000 respondenten wordt de steekproef gecontroleerd en zo nodig gewogen; de foutmarge is bij die omvang rond de 2,2 procentpunt bij een uitkomst van 50 procent, met een betrouwbaarheidsniveau van 95 procent. Lees hier de volledige verantwoording van onze panelonderzoeken.