OverzichtTip de redactie
Volg Hart van Nederland
Troonrede 2026: lees hier de volledige tekst

Troonrede 2026: lees hier de volledige tekst

Beleid

Vandaag, 13:49

Koning Willem-Alexander heeft dinsdag in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag de troonrede voorgelezen. De volledige tekst is hieronder terug te lezen.

Leden van de Staten-Generaal,

Vandaag, 15 september, is door de Verenigde Naties uitgeroepen tot Internationale Dag van de Democratie. Dat geeft extra glans aan deze Prinsjesdag. Tegelijkertijd herinnert het ons eraan dat democratie continu bescherming en onderhoud vraagt. Democratie is geen platte rekensom, maar een mentaliteit die moet leven in ieder van ons. Iedereen die iets doet voor een ander – als vrijwilliger, mantelzorger of anderszins – draagt bij aan het algemeen belang en maakt Nederland sterker. Gelukkig bestaat die Nederlandse traditie van gemeenschapszin nog steeds, als antistof tegen polarisatie. Daarom is het zo belangrijk het democratiebegrip niet verder te versmallen tot het gelijk van de helft plus één. Democratie moet mensen verenigen, niet uit elkaar spelen.

Koning bij voorlezen troonrede: 'Democratie vergt bescherming en onderhoud'

Een van de belangrijkste vragen daarbij is of mensen er nog op vertrouwen dat politiek en overheid hun problemen ook echt oplossen. Het is een gezamenlijke opdracht aan parlement en regering om ervoor te zorgen dat die vraag vaker met ‘ja’ wordt beantwoord. Dat betekent dat niet de ophef van de dag leidend moet zijn, maar wat mensen nodig hebben en wat de toekomst van ons vraagt. De parlementaire democratie is van iedereen, voor iedereen en moet dus dienstbaar zijn aan iedereen.

Tegen die achtergrond wil het kabinet met de begroting voor 2027 een basis leggen voor brede samenwerking. Ook partijen die geen deel uitmaken van de coalitie kunnen er hopelijk eigen punten in herkennen. Dat betekent uiteraard niet dat politieke verschillen van inzicht zomaar van tafel zijn. Het gesprek gaat door. Maar het doel is om zoveel mogelijk gezamenlijk de problemen aan te pakken die soms al veel te lang wachten op een oplossing. Denk aan voor de hand liggende onderwerpen als stikstof, wonen en migratie. Denk aan de toekomst van ons sociale stelsel en aan de grote investeringen die nodig zijn in de economie en in veiligheid. Of denk, na deze extreem droge zomer, aan de noodzaak van aanpassing aan een veranderend klimaat. Bijvoorbeeld in de energievoorziening, de industrie en het waterbeheer. De toekomst wacht niet op achterblijvers.

Een onderwerp dat Nederland nu al jarenlang gijzelt, is de stikstofaanpak. Het is hoog tijd die impasse te doorbreken. Voor de vergunningverlening, die dringend weer op gang moet komen, zodat er ruimte komt voor huizen, bedrijven en wegen. Voor het herstel van de natuur, een betere waterkwaliteit en een betrouwbare watervoorziening. En niet in de laatste plaats voor de Nederlandse boeren. Die verdienen duidelijkheid en een toekomstperspectief. Eind juni presenteerde het kabinet een breed pakket aan oplossingen om de stikstofuitstoot flink terug te dringen. De bijbehorende voorstellen komen vanaf dit najaar naar u toe. De industrie, de sector verkeer en vervoer, en de veehouderij moeten elk hun deel doen. Maar de directe pijn en onzekerheid worden begrijpelijkerwijs het meest gevoeld in boerengezinnen rond kwetsbare natuurgebieden. Daarom trekt het kabinet veel geld uit om hen te ondersteunen. Bij de verdere invulling en verbetering van de plannen zal het kabinet blijven luisteren en alle belangen goed blijven wegen, in goed overleg met de boeren zelf en met de provincies. Maar opnieuw afstel of uitstel zou onverantwoord zijn. Natuurherstel schept ruimte voor een rekenkundige ondergrens, dus een stikstofnorm, waarmee Nederland weer vooruit kan; inclusief de landbouwsector zelf. Daarop is het vizier gericht.

Koning: onverantwoord om stikstofaanpak uit te stellen

Een thema dat hiermee nauw samenhangt en ook om een doorbraak vraagt, is wonen. De Nota Ruimte zet daarvoor de lijnen uit voor de lange termijn. Maar de woningnood is acuut. Veel te veel mensen vragen zich af hoe zij, of hun kinderen, nog aan een betaalbare en fatsoenlijke koop- of huurwoning komen. Het beste antwoord daarop is: zo snel mogelijk zoveel mogelijk bouwen voor iedereen. Voor kopers en huurders, voor jong en oud, en ook voor mensen die extra hulp en aandacht nodig hebben om zelfstandig te wonen. Dat is niet een belofte dat er morgen voor iedereen een huis is. Maar het kabinet doet wat mogelijk is om met een pragmatische aanpak het aantal woningzoekenden te laten dalen. Onlangs werden vijf nieuwe grootschalige woningbouwlocaties aangewezen, die laten zien hoe dat pragmatisme eruitziet. Het betekent bouwen op plekken waar geen investeringen nodig zijn in infrastructuur, en waar de vraag naar stikstofruimte, stroomaansluitingen en drinkwater oplosbaar is. Het betekent ook gebruikmaken van bestaande regels om vergunningen voor elkaar te krijgen. Het vraagt om veel meer industrieel bouwen met prefab onderdelen. En het vereist vooral intensieve samenwerking en onderlinge afstemming. Niet alleen met gemeenten en marktpartijen, zoals bouwers en projectontwikkelaars, maar ook in Den Haag zelf. Ruimtelijke plannen moeten elkaar niet bijten. Dit najaar ontvangt u het Actieplan Versnellen Woningbouw, waarin deze aanpak wordt uitgewerkt in vijftig concrete en veelal snel te realiseren acties.

In het asielbeleid zijn de doelen helder: een lagere instroom, de opvang op orde en een streng uitzetbeleid voor kansloze, uitgeprocedeerde en overlastgevende asielzoekers. De samenleving moet het aankunnen. Er moet in Nederland altijd ruimte zijn voor mensen die vluchten voor oorlog, geweld en onderdrukking. Via taallessen en begeleiding naar werk kunnen zij zo snel mogelijk op eigen benen staan en een bijdrage leveren.

Vóór de zomer heeft het kabinet enkele grote veranderingen doorgevoerd waardoor meer dan ooit paal en perk kan worden gesteld aan het aantal mensen dat naar ons land komt en hier blijft. Het is logisch dat iedereen daarvan morgen het effect wil zien in de vorm van dalende cijfers. De realiteit is dat dit stap voor stap gaat. Ondertussen neemt de polarisatie rond de opvang van asielzoekers helaas steeds extremere vormen aan, zoals recent in Loosdrecht en Engelen. Dat is zorgelijk. De zachtere stem van mensen die zich oprecht zorgen maken over hun eigen omgeving, of die zich het lot van anderen aantrekken, raakt hierdoor ondergesneeuwd. Het moet volstrekt duidelijk zijn dat bedreigingen en geweld ontoelaatbaar zijn. Daarnaast is het zaak gestaag door te werken aan meer grip op migratie om zoveel mogelijk rust te brengen rond dit onderwerp. Strengere controle aan de Europese buitengrenzen, en lopende initiatieven voor samenwerking met veilige landen buiten Europa, kunnen de asielinstroom substantieel verlagen. Voor asielzoekers die wachten op een beslissing, moet er fatsoenlijke opvang zijn. Bij alle begrijpelijke discussie die dit lokaal kan oproepen, doet het kabinet een dringend beroep op gemeenten om solidair te zijn met Ter Apel en al die andere locaties die al veel te lang worden overvraagd. Grip op migratie is bij uitstek een onderwerp dat om gezamenlijkheid vraagt.

Verharding in asieldebat baart koning zorgen: steeds extremere vormen

Op deze en andere onderwerpen wil het kabinet stilstand doorbreken en knopen doorhakken, zodat Nederland weer vooruit kan. Maar de eerlijke boodschap bij de begroting voor 2027 is wel: niet alles kan tegelijk. Niet alles is morgen opgelost. En ook financieel zijn er duidelijke grenzen, omdat we onze kinderen en kleinkinderen niet met een onverantwoord hoge staatsschuld mogen opzadelen. Een goed leven voor mensen nu, mag een goed leven voor mensen straks niet in de weg staan. Daarom houdt het kabinet vast aan een begrotingsbeleid dat de rekening niet vooruitschuift.

Dat roept meteen de vraag op: wat is er dan nu nodig om voorzieningen voor de toekomst op peil te houden? Want elk stelsel heeft op enig moment onderhoud nodig. Dat betekent bijvoorbeeld voor de zorg dat preventie veel belangrijker moet worden. Meer focus op gezondheid legt de basis voor een stelsel waarin een zorgvraag niet altijd meteen een medisch antwoord behoeft. Daarnaast zijn oog voor betaalbaarheid en het tegengaan van zorgfraude belangrijk. Alleen dan blijft de zorg van hoge kwaliteit en toegankelijk, zoals nu. Kinderen en jongeren moeten speciale aandacht krijgen, en dat niet alleen met het oog op het streven naar de gezondste generatie ooit. Er ligt een grote opgave om er samen met gemeenten voor te zorgen dat goede jeugdzorg beschikbaar blijft voor iedereen die dat nodig heeft.

Ook het stelsel van werknemersverzekeringen vraagt onderhoud, om ervoor te zorgen dat mensen mee kunnen blijven doen. Wie ziek wordt of werkloos, moet niet worden opgesloten in een uitkering. Dat is belangrijk voor mensen zelf, om het stelsel overeind te houden, en voor toekomstige welvaart. Nederland heeft iedereen nodig. Het kabinet hoopt zo snel mogelijk met vakbonden en werkgevers tot een breed gedragen sociaal akkoord te komen, dat zekerheid biedt voor werknemers en voor de economie van de toekomst.

Koning bij voorlezen troonrede: 'Voorkomen dat zieken en werklozen vastzitten in uitkering'

Hervormingen als deze zorgen ervoor dat Nederland een welvarend land blijft, waarin mensen met vertrouwen plannen kunnen maken voor de toekomst. Een eerste randvoorwaarde daarvoor is veiligheid, zeker nu de wereld om ons heen instabieler en onvoorspelbaarder wordt. Een gevoel van machteloosheid ligt op de loer, natuurlijk vanwege het geweld in Oekraïne, maar ook vanwege de situatie in Gaza, Iran en andere brandhaarden. Het is volkomen logisch dat mensen zich afvragen: in welke wereld groeien mijn kinderen en kleinkinderen op? Veel ouders en grootouders zullen dit gevoel herkennen. Voor het kabinet is dat een extra aansporing om als lid van de wereldgemeenschap te blijven samenwerken aan de verdediging van democratische waarden, aan duurzame vrede en aan een sterke internationale rechtsorde. Als grootmachten primair kiezen voor het eigenbelang, moet Nederland nog meer samenwerken met bestaande en nieuwe partners. Door onafhankelijker te worden, denk aan de energievoorziening of grondstoffen, bouwen we aan een positie van kracht.

Een veilige toekomst vraagt stevige investeringen. Nederland moet weerbaar zijn en klaarstaan om de vrijheid, democratie en rechtstaat te verdedigen. Om te beginnen is een inhaalslag nodig in militair opzicht. Te lang hebben Nederland en Europa de eigen krijgsmacht financieel verwaarloosd. Maar dat tij is gekeerd. In de begroting voor 2027 is opnieuw flink meer geld beschikbaar voor defensie. Nederland gaat intensiever samenwerken met internationale bondgenoten om te zorgen voor meer wapens en militaire slagkracht. Met een agressief Rusland aan de oostgrens van Europa blijft doorgaande steun aan Oekraïne een directe investering in onze eigen veiligheid. De verwevenheid met sterke internationale organisaties als de Europese Unie en de NAVO is hierin cruciaal. Want ook internationaal geldt: samen staan we sterker en Nederland doet daarin zijn deel. De vrouwen en mannen die als militair paraat staan, en de veteranen die paraat stonden, om te beschermen wat ons dierbaar is, verdienen onze speciale dank.

Uiteraard geldt dat ook voor de politie en al die andere mensen die iedere dag pal staan voor onze nationale veiligheid. Die raakt steeds meer verweven met wat er internationaal gebeurt, en op dat vlak moet Nederland niet naïef zijn. Cyberdreigingen en digitale hacks vanuit Rusland en andere landen, en vanuit internationaal opererende criminele organisaties, zijn nu al aan de orde van de dag. Dat vereist een stevig antwoord. Het kabinet komt daarom met voorstellen zodat de inlichtingendiensten burgers en bedrijven beter kunnen beschermen tegen cyberaanvallen, desinformatie en terrorisme. De strijd tegen de georganiseerde misdaad die onze samenleving ondermijnt, houdt de hoogste prioriteit. De indringende beelden en verhalen uit Overasselt liggen vers in ieders geheugen. Een belangrijk speerpunt is zorgen dat jongeren niet de criminaliteit in worden gezogen. Dat is niet alleen een opdracht voor justitie, maar bijvoorbeeld ook voor de jeugdzorg en de schuldhulpverlening.

Een tweede randvoorwaarde voor de toekomst, naast veiligheid, is een sterke en moderne economie. De Nederlandse economie is na de covid-jaren en de energiecrisis van 2022 veerkrachtiger gebleken dan die van landen om ons heen. Het is ook gunstig dat de vooruitzichten voor het komende jaar gematigd positief zijn, ondanks alle internationale onzekerheid. Met gerichte maatregelen zal het kabinet de koopkracht van huishoudens en gezinnen met kinderen ondersteunen, met name via het Noodfonds Energie en de kindregelingen.

Vervolgens is de vraag hoe Nederlanders over tien of twintig jaar hun geld verdienen. Die vraag naar onze toekomstige welvaart is heel actueel. Zonder grote en gerichte investeringen dreigt Nederland achterop te raken, vooral in de technologiesector. Alle razendsnelle ontwikkelingen rond digitalisering en AI moeten natuurlijk in goede en veilige banen worden geleid. Maar de kansen die er liggen zijn enorm. Samen met het bedrijfsleven, kennisinstellingen en anderen werkt het kabinet aan een economie, waarin de ene innovatie de andere losmaakt en waarin start-ups en gevestigde bedrijven elkaar versterken. Dat vraagt in elk geval om meer financieringsmogelijkheden en experimenteerruimte. Vandaar de plannen voor een nationale investeringsinstelling en voor een speciale organisatie die zich richt op grensverleggende technologische doorbraken. Het briljante idee van een ondernemende eenling vandaag kan immers het ASML van morgen zijn, en daarmee het begin van een heel nieuwe topsector. Ook in Europa maakt Nederland zich sterk voor een verschuiving van geld voor de oude economie naar meer geld voor innovatie en technologische vernieuwing. Een belangrijke voorwaarde voor economische groei is een goede infrastructuur. Er is meer onderhoud nodig aan verouderde wegen, bruggen en spoorwegen. Daarvoor komt in deze periode extra geld beschikbaar. Maar het budget blijft begrensd. Een herprioritering in projecten en ingrijpende keuzes zijn onvermijdelijk om te zorgen dat de basis op orde is.

De economie van morgen kan niet anders zijn dan schoon en duurzaam. De zomer van 2026 onderstreept dat een ambitieus nationaal en internationaal klimaatbeleid hard nodig is. Dat mes snijdt aan meerdere kanten. In een instabiele wereld wordt het belang van energieonafhankelijkheid steeds groter. De vraag van huishoudens en bedrijven naar betrouwbare en betaalbare energie groeit. Dat betekent heel praktisch dat het bijvoorbeeld loont om de isolatie van huizen te blijven stimuleren. Maar het betekent ook dat toekomstige welvaart alleen denkbaar is met schonere industrieën en minder fossiele brandstoffen. Vasthouden aan de fossiele economie is economisch gezien geen slimme zet, zeker niet op termijn. Het kabinet werkt daarom met veel urgentie verder aan meer kernenergie en wind op zee, en aan voorzieningen voor waterstof en de opslag van CO2. Cruciaal in deze omslag is dat Nederland slimmer omgaat met de pieken en dalen in het aanbod en dat er genoeg capaciteit is op het stroomnet. Uitbreiding daarvan staat hoog op de agenda.

Essentieel voor een sterke economie is een arbeidsmarkt die daar goed op aansluit. Het kabinet komt onder andere met een nieuwe zelfstandigenwet die zzp’ers de ruimte geeft om te ondernemen, maar schijnzelfstandigheid tegengaat. De wet moet rust en duidelijkheid brengen, om te voorkomen dat zzp’ers klussen mislopen uit angst van opdrachtgevers voor boetes achteraf. De arbeidsmarkt van morgen vraagt daarnaast om het aantrekken, opleiden en vasthouden van toptalent in cruciale sectoren als AI, digitalisering, energie en biotechnologie. Dat talent zit overal: van mbo en hbo tot de universiteiten. Het kabinet presenteerde hiervoor in de zomer een Talentstrategie. Die wordt de komende periode verder uitgewerkt, in overleg met onderwijsinstellingen, bedrijven, studenten en andere belanghebbenden. Uiteraard moet er op een moderne arbeidsmarkt ruimte zijn voor talentvolle studenten en gespecialiseerde kenniswerkers uit het buitenland. Maar uitbuiting van arbeidsmigranten wordt bestreden.

Maak van Hart van Nederland je Google-favoriet

Tot slot is het belangrijk dat de overheid zelf anders en beter gaat werken. Kort samengevat: minder regelzucht en controledwang, meer ruimte voor mensen en bedrijven, en een overheid die niet hindert, maar helpt. Het kabinet beseft dat dit geen origineel voornemen is. Maar de aanpak moet deze keer merkbaar resultaat opleveren. Een eerste stap is: zelfbeheersing in het maken van nieuwe regels. Dus stoppen met het stapelen van uitzondering op uitzondering. Anders blijft het dweilen met de kraan open. De tweede stap is: minder regels. Ieder jaar, te beginnen dit najaar, dient het kabinet een Vereenvoudigingswet in, gericht op het afschaffen van overbodige regels en wetten. Het doel is dat per jaar minimaal vijfhonderd regels verdwijnen of eenvoudiger worden. Daarnaast werkt het kabinet aan het neerhalen van muren tussen beleid en uitvoering. Onderling delen van overheidsinformatie moet veel eenvoudiger worden, zodat mensen en bedrijven sneller en beter worden geholpen en niet van het kastje naar de muur worden gestuurd. Het motto van de overheidsdienstverlening moet zijn: snel en digitaal waar het kan, persoonlijk waar het moet. Zo kan de Rijksoverheid beter, kleiner en goedkoper worden.

Natuurlijk is de overheid meer dan alleen ‘Den Haag’. Een goede samenwerking met collega-overheden – provincies, gemeenten en waterschappen – is cruciaal. Het kabinet is zich daar zeer van bewust. Alle overheden werken met elkaar aan een samenwerkingsagenda, die ook kan bijdragen aan een slagvaardige en herkenbare overheid.

Niet in de laatste plaats slaat het kabinet de handen ineen met de landen Curaçao, Sint Maarten en Aruba, en met Caribisch Nederland. In november vieren we dat 250 jaar geleden vanaf Sint Eustatius een saluutschot klonk waarmee Nederland als eerste land ter wereld de Verenigde Staten erkende. Het onderstreept de historische verwevenheid binnen het Koninkrijk en onze gezamenlijke verbondenheid met de wereld. Dit najaar vindt een top plaats van de vier landen in het Koninkrijk om de voortgang en kansen te bespreken op alle terreinen van samenwerking. Van economie en bestaanszekerheid tot klimaat en afvalverwerking. Vanaf nu is deze top een jaarlijkse traditie. Zo geven we samen invulling aan het uitgangspunt: nos ta un reino – wij zijn één Koninkrijk.

Koning sluit troonrede af: 'We moeten elkaar ook wat gunnen'

Leden van de Staten-Generaal,

Een bekende definitie zegt dat democratie de noodzaak is om af en toe te buigen voor de mening van anderen. Dat is een gedachte om vast te houden, ook na Prinsjesdag en deze Internationale Dag van de Democratie. Want de geest van redelijkheid en elkaar wat gunnen die in deze woorden besloten ligt, lost meer problemen van mensen op dan de voortdurende ophef die nu soms de overhand lijkt te hebben. Nederland staat in een eeuwenlange traditie van samenwerking, die ooit begon met de onderkenning van het gezamenlijke belang van goed waterbeheer. Het is in die traditie dat de regering met u wil blijven werken aan een beter Nederland. U mag zich in uw belangrijke werk gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden.