
Beleid
Vandaag, 15:46
Burgemeester Jack Mikkers van Den Bosch heeft bij de parlementaire enquêtecommissie corona teruggekeken op de eerste maanden van de coronacrisis. Volgens hem speelde corona in de aanloop naar carnaval van 2020 nauwelijks een rol. "Een aankomende storm" was destijds zelfs een groter aandachtspunt dan het virus.
Hoewel bekend was dat corona inmiddels in Europa rondging, was er volgens Mikkers nog geen aanleiding om extra maatregelen rond carnaval te bespreken. Kort na het volksfeest werd in Brabant de eerste Nederlandse besmetting vastgesteld. Achteraf gezien zouden mogelijk andere keuzes zijn gemaakt, erkende hij, maar volgens de burgemeester werden destijds besluiten genomen op basis van de beschikbare kennis.
Iemand die de parlementaire enquête op de voet volgt, is Marcel Rekers. Tijdens de coronapandemie was hij ic-verpleegkundige én fotograaf. Naast zijn werk op de intensive care maakte hij zo veel mogelijk foto's van wat hij en zijn collega's meemaakten. In de video hieronder vertelt hij hoe hij die periode heeft beleefd:

Mikkers vertelde ook dat hij al vroeg twijfelde of de uitbraak beheersbaar zou blijven met alleen bron- en contactonderzoek. Tijdens een bezoek aan de GGD op 6 maart 2020 zag hij volgens eigen zeggen gangen vol formulieren met namen van contacten, maar ook veel openstaande vragen.
Dat maakte diepe indruk. Op dat moment lag het aantal bevestigde besmettingen nog relatief laag, maar Mikkers concludeerde toen al dat de werkwijze op termijn niet vol te houden was. Hij noemde het zelfs "onmenselijk" wat van de GGD-medewerkers werd gevraagd.
Tijdens een overleg met verschillende ministeries op 9 maart 2020 kreeg Mikkers naar eigen zeggen de indruk dat niet ieder departement dezelfde prioriteiten had. Waar Volksgezondheid begrip zou hebben gehad voor strengere maatregelen in Brabant, zag hij bij andere ministeries vooral aandacht voor de gevolgen voor bijvoorbeeld het treinverkeer.
Ook was hij kritisch op de rol van het Veiligheidsberaad tijdens de crisis. Dat overlegorgaan van veiligheidsregio's moest volgens hem oorspronkelijk alleen adviseren over de uitvoerbaarheid van maatregelen, maar groeide gaandeweg uit tot een bredere gesprekspartner van het kabinet. Mikkers zei dat het soms leek alsof er naast de Eerste en Tweede Kamer ook een "Kamer van burgemeesters" bestond.
Een van de lastigste besluiten vond Mikkers de invoering van de avondklok begin 2021. Burgemeesters zagen volgens hem wel de noodzaak van de maatregel, maar steunden die uiteindelijk "met grote tegenzin".
De maatregel riep bij veel bestuurders herinneringen op aan de oorlogsjaren. Mikkers noemde bewegingsvrijheid een van de belangrijkste vrijheden in de samenleving. Juist daarom voelde de avondklok voor veel burgemeesters als een bijzonder zware ingreep.