Politiek

Voor de vreugdevuren stond heel Den Haag in de fik: 'Dat was de traditie'

De vreugdevuren in Den Haag werden niet voor niets in het leven geroepen. Daar weet Ruub Petow alles van. Hij was in de jaren tachtig en negentig chef van de politiebureaus in Laak en Scheveningen.

Het beeld dat Petow schetst is er één van brandjes her en der. De jeugd trok toentertijd door de wijk heen, verzamelde de kerstbomen en stak het in brand. “Kerstbomen rausen was toen nog echt traditie.”

Lees ook: Oud en Nieuw in Den Haag: zo bereiden politie en brandweer zich voor

‘Niet alleen in Duindorp’

Meestal waren het kerstbomen die in de fik gingen, maar vaak genoeg werden de brandjes extra aangewakkerd door er ook autobanden op te gooien. “Dat gebeurde niet alleen in Duindorp en Scheveningen, maar in heel Den Haag. Dat was de traditie.”

Volgens Petow viel er buiten de jaarwisseling om heel goed te praten met die jongens. “Maar op het politiebureau in Laak zeiden wij altijd: als de drank op is en het hout, dan gaat het fout.”

Lees ook: Geschiedenis vreugdevuur in Scheveningen

‘Bovenleidingen smolten door de hitte’

De schade die Den Haag leed door alle brandjes was voor de gemeente reden om de vuren te verbieden. Petow vertelt dat het asfalt van sommige straten zo ernstig beschadigd raakte dat er ieder jaar opnieuw geasfalteerd kon worden. “Het vuur dat altijd in de keerlus van tramlijn 11 werd gebouwd, maakte bovendien dat de bovenleidingen van de tram smolten.”

Lees ook: Chaos na afblazen vreugdevuur Duindorp: ‘Het is een stukkie cultuur’

De oud-politiechef vertelt dat hij eind jaren negentig met een peloton van de Mobiele Eenheid en een reinigingsteam door de wijken is getrokken, op zoek naar autobanden. “We haalden 780 autobanden uit de tuinen. Hadden we dat niet gedaan, dan waren ze in de fik gegaan.”