Misdaad

Topman OM: maximumstraf voor doodslag moet omhoog

De topman van het Openbaar Ministerie wil dat de maximumstraf van vijftien jaar cel voor doodslag omhoog gaat. Gerrit van der Burg zegt in een interview met Trouw dat het verschil met moord momenteel groot is en “rechtgetrokken” moet worden.

De maximale celstraf voor moord (met voorbedachten rade) is in 2006 is verhoogd van twintig naar dertig, of levenslang. Volgens Van der Burg is dat te begrijpen. “Twintig jaar klinkt nog als een straf die te overzien is. Praat je over dertig of veertig jaar dan is dat echt anders.”

Maar daardoor is het verschil met de strafmaat bij doodslag (in een opwelling) te groot geworden. “Terwijl impulsdaden ook een sluitstuk kunnen zijn van een kwalijk patroon”, aldus Van der Burg tegen de krant. “­Juridisch is dan misschien niet te bewijzen dat het om moord gaat, maar het zou goed zijn als dat verschil wat meer wordt rechtgetrokken.”

Straffen is vergelden

Volgens de OM-topman in Trouw zijn de tijden veranderd en wordt er steeds zwaarder gestraft omdat de nadruk meer op vergelden is komen te liggen. “Toen ik in 1990 begon als officier van justitie, waren straffen van slechts acht jaar bij doodslag vrij normaal. Ik kan me een zaak herinneren van een dubbele moord waar vijftien jaar cel op volgde. Dat zou nu ­ondenkbaar zijn”, zegt hij. “Waarmee ik trouwens niet zeg dat we het in de jaren negentig fout deden. Het past in de context van de tijd.”

Minister Dekker voor Rechtsbescherming is het eens met de OM-topman. “Het verschil in maximumstraffen is nu wel erg groot, ik vind dat dat kleiner moet worden. Dat is ook precies waar we nu mee bezig zijn.” Dekker werkt samen met minister Grapperhaus aan een wetsvoorstel om de maximumstraf voor doodslag te verhogen.

Rechtbank wil ook hogere straffen

Vorig jaar pleitte ook de rechtbank in Rotterdam voor een hogere maximumstraf bij doodslag. Dat was na de uitspraak in de zaak Hümeyra. De Rotterdammer Bekir E. is daarin veroordeeld tot veertien jaar cel en tbs, wegens doodslag. De rechtbank zag onvoldoende bewijs dat E. een vooropgezet plan had om Hümeyra dood te schieten, terwijl hij een doorgeladen pistool had en het meisje al maandenlang bestookte met doodsbedreigingen.

Ook minister Dekker verwijst naar de zaak-Hümeyra. “Dat de bewijslast voor moord nu wel erg groot moet zijn, zag je ook in deze zaak. Zo’n groot verschil tussen de maximumstraffen is erg moeilijk uit te leggen aan slachtoffers en nabestaanden.”