Weer & Verkeer

'Nederland slecht voorbereid op grote natuurbranden, het gevaar neemt toe'

De brand in de Deurnese Peel afgelopen week is waarschijnlijk de grootste natuurbrand in Nederland ooit. De brand verwoestte maar liefst 900 hectare. Het was niet de enige natuurbrand afgelopen week. Ook in Limburg, op de Veluwe en in de Weerribben waren er natuurbranden.

Natuurbrandenonderzoeker Cathelijne Stoof, verbonden aan Wageningen University, hoopt dat de branden ons wakker hebben geschud. “We kunnen meer van dit soort branden verwachten en we moeten ons daar in Nederland beter op voorbereiden.” Door klimaatverandering krijgen we vaker perioden van droogte en hogere temperaturen. “En dus krijgen we meer natuurbranden, in het voorjaar maar ook in de zomer.”

Lees ook: Waarom is het zo moeilijk natuurbranden te blussen?

In Nederland lopen we echter op alle vlakken achter. Er is bijvoorbeeld gebrek aan beleid, aan kennis, maar ook goede voorlichting ontbreekt. “Er is in Nederland te weinig specifieke kennis aanwezig om natuurbranden goed te kunnen bestrijden. Mensen weten daarnaast niet goed wat ze moeten doen om te voorkomen dat een natuurbrand overslaat naar hun huis”, aldus Stoof.

Specialistische kennis

Dat kan gevaarlijk worden als de branden groter worden en in dichter bewoond gebied gaan voorkomen. En die kans neemt volgens de onderzoekster toe. “In andere landen zijn brandweerteams die alleen natuurbranden doen”, aldus Stoof. “Een natuurbrand is veel dynamischer dan een gebouwbrand. Het vuur verplaatst zich door het landschap. Er is specialistische kennis nodig om het gedrag van het vuur te begrijpen en te weten hoe je het gaat stoppen en waar. Nasmeulen bij natuurbranden kun je bijvoorbeeld moeilijk stoppen als het om zo’n groot gebied gaat. Je moet dan patrouilles inzetten totdat het goed gaat regenen.”

Lees ook: 4000 geëvacueerde bewoners Herkenbosch weer naar huis

Er is nog te weinig kennis maar de afgelopen tien jaar is er bij de brandweer wel veel aandacht voor de aanpak van natuurbranden. Er wordt bijvoorbeeld informatie ingewonnen bij collega’s in Zuid-Europa waar ze al langer en vaker met natuurbranden te maken hebben.
Bij de brand in de Deurnese Peel is een speciaal team uit Overijssel ingezet om brandgangen te maken. “Dat is ongelofelijk hard werk. Met speciale schoppen en harken zijn ze grond aan het verschuiven. Ze maken nieuwe paden en zorgen dat er geen dode takken en bladeren meer liggen die kunnen branden. Het is geweldig dat we zo’n team hebben, maar bij echt grote natuurbranden moet zo’n brandgang kilometers lang zijn en moet je dag en nacht doorwerken. Daar heb je dus heel veel mensen voor nodig.”

Gevaar van vliegvuur

We kunnen volgens de brandexpert leren van de manier waarop Nederland zich voorbereidt op wateroverlast. “Iedereen in Nederland is zich bewust van de kans op overstromingen. Daar is veel aandacht voor. Dat moet ook gebeuren qua natuurbranden. Dat moet gestuurd worden door overheidsinstanties, gebaseerd op goede internationale wetenschappelijke kennis”, vindt Stoof.

Ook huiseigenaren moeten zich beter voorbereiden. Als je wilt voorkomen dat een natuurbrand overslaat naar je huis moet je alert zijn op vliegvuur. “De meeste huizen branden bij een natuurbrand af door vliegvuur. Vliegvuur kan in een dakgoot terechtkomen waar droge bladeren in liggen, die kunnen gaan branden. Vliegvuur kan ook door ventilatiekanalen het huis binnenkomen en zo in huis branden beginnen.” Ook kan vuur ontstaan in spullen die dicht bij het huis liggen. “In brandbare tuinkussens, een houtstapel, dode planten of houtsnippers bijvoorbeeld.”

Er is dus werk de winkel. “In Zweden zijn ze wakker geschud na de vele branden in 2018. Ik hoop dat er nu in Nederland echt meer gaat gebeuren”, besluit Stoof.