Opmerkelijk

Zo vier je carnaval in Mestreech, Oeteldonk en Krabbegat: geen Alaaf en onesies

Met carnaval ga je verkleed. Dat moge duidelijk zijn. Maar dat betekent niet dat je overal in een onesie aan kunt komen. Steden als Krabbegat, Mestreech en Oeteldonk houden er hun eigen dresscode en etiquette op na. Dit zijn de do’s en vooral de don’ts als je daar gaat carnavallen.

Geen kant-en-klaar-kostuums in Maastricht

De zuidelijkste stad van het land, Maastricht, neemt in tegenstelling tot de Brabantse steden geen andere naam aan, maar blijft gewoon Mestreech. Wat daar vooral opvalt is de klederdracht. “We spiegelen onszelf aan het Venetiaans carnaval”, aldus Odin Wijnhoven van carnavalsvereniging De Tempeleers. “Het is absoluut not done om twee jaar achter elkaar hetzelfde pak te dragen. En een kant-en-klaar pakje kan al helemaal niet. Maastrichtenaren maken hun outfit zelf, en steken daar veel tijd in.”

Lees ook: Onstuimig en nat weer tijdens carnavalsweekend

Maastrichtenaren gaan tijdens de Vastelaovend (zoals carnaval daar wordt genoemd) ook steevast geschminkt de deur uit. Met veel kleur en glitters. “Ik denk dat de Maastrichtenaren gemiddeld toch meer dan een halfuur bezig zijn om hun gezicht te schminken”, aldus Wijnhoven. En voor eens en voor altijd: roep geen Alaaf! “Nee dat gebruiken wij hier niet”, aldus Wijnhoven.

Qua muziek maken oudgedienden Frans Theunisz en Beppie Kraft (respectievelijk 74 en 73 jaar) nog steeds de dienst uit. “Ze treden ook nog veel op. Over Beppie horen we al jaren dat ze het rustiger aan gaat doen, maar daar is weinig van te merken. Tijdens de Vastelaovend hoor je hier geen Snollebollekes.”

Waar komt ‘Oeteldonk’ vandaan?

In Brabant wordt Den Bosch omgedoopt tot Oeteldonk. De herkomst van de naam is volgens Rinske van Kasteren, secretaris van de carnavalsvereniging, niet helemaal bekend. ‘Donk’ betekent zoveel als een ‘hoge droge plek in het moeras’. ‘Oetel’ zou dan weer verwijzen naar ‘van den Oetelaar’, een veelvoorkomende naam in Den Dungen, de geboorteplaats van een bisschop die zich had uitgesproken tégen het vastenavondvieren van de Bosschenaren. Over de herkomst van ‘Oetel’ blijft echter veel discussie.

Lees ook: Basisschool Zevenaar schrapt ‘carnaval’ om katholiek karakter

Over de klederdracht is Van Kasteren wel duidelijk: “Een blauwe kiel of jas, met een rood-wit-gele sjaal. Op die jas worden verschillende jaarembleem bevestigd. Ieder jaar krijgt de stad een nieuw motto, dat op een embleem wordt gedrukt. We zeggen altijd dat de jas een beetje een afspiegeling van jezelf is.”

Wie niet aan de kledingvoorschriften voldoet, zou in Oeteldonk weleens in bepaalde gelegenheden geweigerd kunnen worden. “We zijn een gastvrije stad, maar met een bepaalde traditie. Dat betekent ook dat als je in een onesie komt, het zou kunnen dat je in bepaalde horecagelegenheden niet binnenkomt. Iedereen is van harte welkom, maar het hoort er wel een beetje bij om het spelletje mee te spelen en je aan te passen. Dat maakt het ook leuker voor jezelf.” Net als in Maastricht heeft ook Oeteldonk zijn eigen, traditionele carnavalsmuziek.

Rode zakdoek in Krabbegat

Tot slot kunnen feestvierders die van een traditioneel vastenavend houden ook terecht in Bergen Op Zoom, oftewel het Krabbegat “Veel mensen denken dat het van de zeekrab komt”, aldus Doniek Franken van ZuidWest TV. “Maar het komt van de meekrab, daar maakten ze vroeger turfstokken van. En dat werd vroeger in Bergen op Zoom ook veel gedaan.” Volgens collega Maarten van den Boom is er ook nog een andere verklaring voor de naam Krabbegat: “Krabben lopen dwars, en Bergenaren zijn dat ook een beetje.”

Ook de klederdracht is zeer specifiek. De basisingrediënten: een blauwe boerenkiel met rode zakdoek en witte vitrage. “De overlevering zegt dat het komt omdat de mensen vroeger geen geld hadden voor dure verkleedpartijen, dus trokken ze maar aan wat ze hadden” verduidelijkt Franken.

Roep in Bergen op Zoom vooral geen ‘Alaaf!’ maar ‘Agge mar leut et’. “En zet dan ook nog je linkerduim bij je neus.”

Foto: ANP