
Zorg
Vandaag, 06:24 - Update: 4 uur geleden
Veel Nederlanders durven zich niet aan te melden als burgerhulpverlener uit angst om iets verkeerd te doen bij een reanimatie. Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van de Hartstichting.
Een burgerhulpverlener is iemand met een reanimatiecertificaat die via een landelijk oproepsysteem snel naar een slachtoffer gaat om eerste hulp te geven. Hoewel één op de vier Nederlanders zo'n certificaat heeft, meldt slechts 5 procent zich aan. Volgens het onderzoek denkt 62 procent dat een slachtoffer kan overlijden door een fout van een burgerhulpverlener.
Wil jij meepraten over thema's zoals de toekomst van vuurwerk, lange wachtlijsten in de zorg of politieke besluiten? Meld je met deze blauwe knop aan voor het Hart van Nederland-panel en bepaal wat nieuws wordt!
"Die angst is heel begrijpelijk, maar onterecht", zegt Leonie van der Leest van de Hartstichting. "Bij een hartstilstand is snelle actie cruciaal. Door wél te starten met reanimatie geef je iemand een kans om te overleven. Als je niets doet, is de overlevingskans zo goed als nul."
Ook denken mensen dat ze dag en nacht beschikbaar moeten zijn. "Dat is absoluut niet zo", zegt Van der Leest. "Je bepaalt zelf of je een oproep accepteert."
Dagelijks krijgen zo'n 45 mensen buiten het ziekenhuis een hartstilstand. Burgerhulpverleners zijn gemiddeld 2,5 minuut sneller ter plaatse dan een ambulance. Bij de ruim 12.000 reanimatiemeldingen per jaar worden acht van de tien reanimaties gestart door burgerhulpverleners.
Meld je aan voor onze wekelijkse nieuwsbrief met daarin het laatste nieuws en aanbiedingen die wijzelf of in samenwerking met onze partners organiseren. Je kunt je op ieder moment afmelden. Zie voor meer informatie de privacyverklaring.