Het Openbaar Ministerie (OM) vervolgt een arts niet die vorig jaar actief het leven van een ernstig zieke peuter beëindigde. Het kind was bijna 2 jaar oud en leed onder meer aan hersenschade, ernstige epilepsie en voortdurende benauwdheid. Een commissie oordeelde eerder deze maand dat de arts zorgvuldig handelde, meldt Nieuwsuur.
Het kind werd na 26 weken zwangerschap geboren en kreeg direct "zeer ernstige complicaties", staat in het rapport. Na 4,5 maand bleek uit een MRI-scan dat er sprake was van "zeer uitgebreide beschadiging van de hersenen".
Door die hersenbeschadiging kreeg het kind te maken met ernstige epilepsie, met meerdere aanvallen per dag. Het kon niet praten en nauwelijks zien. Ook had het kind hoestbuien en een slikstoornis, waardoor het continu benauwd was. Medicijnen tegen de epileptische aanvallen hielpen nauwelijks en zorgden bovendien voor ernstige bijwerkingen.
Sinds 2024 bestaat in Nederland een regeling voor levensbeëindiging bij kinderen tussen de 1 en 12 jaar die ondraaglijk en uitzichtloos lijden. De levensbeëindiging van dit kind was de eerste keer dat de regeling werd toegepast.
De behandelend arts zegt tegen Nieuwsuur zeer opgelucht te zijn over het besluit van het OM. "Als arts zit je in een uiterst kwetsbare positie, omdat dit nooit eerder is voorgekomen. Het voelt toch alsof er bijna een jaar lang een zwaard van Damocles boven je hoofd hangt."
Hij denkt dat het besluit ook steun kan geven aan andere ouders die voor een vergelijkbare situatie staan. "Ik denk dat er ouders rondlopen die de optie van levensbeëindiging nooit eerder hebben durven bespreken. Hopelijk geeft deze uitspraak steun aan deze ouders om deze optie met hun behandelend arts te bespreken."