
Wonen
Vandaag, 17:08
Gemeenten moeten voor 20 procent van de statushouders die een woning zoeken aanvullende huisvesting regelen. Dat maakt minister Boekholt-O'Sullivan van Volkshuisvesting vrijdag bekend. Het gaat bijvoorbeeld om flexwoningen, leegstaande kantoorpanden en gedeelde woningen.
Gemeenten lopen achter met het huisvesten van statushouders. Dat zijn asielzoekers van wie vaststaat dat zij in Nederland mogen blijven. De minister wil dat deze achterstand wordt weggewerkt, het liefst binnen anderhalf jaar.
Het ministerie maakt duidelijk dat het om extra woonplekken gaat en niet om bestaande sociale huurwoningen. Het Rijk, woningcorporaties, provincies en gemeenten moeten samenwerken om deze aanvullende vormen van huisvesting te realiseren.
Maak van Hart van Nederland je Google-favoriet
Onder meer flexwoningen, leegstaande kantoorpanden, tijdelijke woningen en gedeelde woningen moeten uitkomst bieden voor statushouders die dringend een woning nodig hebben. Minister Boekholt-O'Sullivan liet voor de zomer al weten hiermee bezig te zijn.
VluchtelingenWerk reageert positief op het plan van de minister en is blij dat er wordt gekeken naar alternatieve vormen van huisvesting. Wel plaatst de organisatie een kanttekening. Volgens VluchtelingenWerk mag het niet betekenen dat statushouders "voor een lange periode op minder goede plekken worden gehuisvest en geen zicht hebben op een permanente woonplek."
Ook pleit de organisatie voor minimale kwaliteitseisen voor de aanvullende woonplekken. Kwetsbare vluchtelingengezinnen zouden volgens VluchtelingenWerk bij voorkeur in bestaande sociale huurwoningen moeten worden ondergebracht.
Ook wordt gewerkt aan het helpen van statushouders bij het vinden van een vaste baan. In de video boven dit artikel zie je wat een proef met statushouders en vast werk heeft betekend voor Wassim en Muhammed.
