112

Kinderporno steeds vaker rond in appgroepen van scholieren, meldpunt neemt maatregelen

Mensen die kinderporno tegenkomen in chatdiensten als WhatsApp, Telegram en Signal kunnen dat binnenkort rechtstreeks melden. Ze kunnen de foto’s meteen doorsturen naar het Expertisebureau Online Kindermisbruik (EOKM), de organisatie achter onder meer het Meldpunt Kinderporno.

Het Expertisebureau krijgt de laatste tijd steeds meer meldingen dat er kinderporno rondgaat in chatapps, vooral onder scholieren wordt er steeds meer gedeeld. Daarom openen zij begin volgend jaar een speciaal telefoonnummer, waarmee het via de apps bereikbaar is. Dat telefoonnummer is nu nog niet bekend.

Steeds meer kinderporno

Deskundigen van het bureau kunnen de beelden analyseren en in een database zetten. In die database krijgt een foto een eigen ‘vingerafdruk’, waarmee andere sites de afbeelding gemakkelijker kunnen herkennen. Dat moet verspreiding tegengaan. Als het nodig is, kan het bureau ook de politie waarschuwen. Die kan de makers dan opsporen. Soms gaat het om oud materiaal dat opnieuw opduikt, soms is het net gemaakt. Soms zijn het privébeelden die gestolen zijn, soms is iemand seksueel misbruikt.

Melders konden eerder al een bijlage sturen, maar die foto’s werden niet opgeslagen en geanalyseerd. De melders kregen hooguit wat adviezen. Met het nieuwe nummer moet dat veranderen, de drempel om te melden moet omlaag.

Lees ook: Slachtoffers kinderporno krijgen geen melding als beelden opduiken

Niet iedereen die kinderporno deelt, is een pedofiel, zegt Nikki Lee Janssen, coördinator bij het EOKM. “Jongeren van nu zitten in een sensatie- of shockmaatschappij. Als iemand iets deelt in een groep, moeten anderen iets heftigers vinden. Ze willen als eersten een shockerend filmpje in de groepsapp gooien. Een groot deel is zich er niet van bewust dat het kinderporno kan zijn. Dat maakt het ook moeilijk om de verspreiding van de beelden tegen te gaan.”

Janssen: “In WhatsApp-groepen kan het blijven circuleren. Er worden screenshots gemaakt die blijven rondzwerven. Slachtoffers kunnen er tien, twintig jaar later nog steeds mee worden geconfronteerd.”

ANP