Gezondheid

Zorgverleners bang voor ongehoorzaamheid na oproep BN'ers: 'Ik mag straks weer overwerken'

Het massale gebruik van #ikdoenietmeermee is een onverwachte klap in het gezicht van het zorgpersoneel. Dat zegt Michel van Erp van zorgvakbond NU’91. Met de hashtag verzetten (bekende) Nederlanders zich tegen de aanpak van het coronavirus door de overheid.

Sinds maandagavond roepen onder anderen Famke LouiseGers PardoelBrace en dj Mental Theo volgers op met de hashtag #Ikdoenietmeermee zich tegen de coronarichtlijen van het kabinet te keren.

Lees ook: Artiesten protesteren tegen coronaregels met hashtag #ikdoenietmeermee

Stomverbaasd

Arjan van den Broek is IC-verpleegkundige in het Amphia ziekenhuis in Breda en was stomverbaasd toen hij maandag na zijn avonddienst de televisie aanzette. “Ik ben wel bang dat door deze actie de ongehoorzaamheid toeneemt en dat mensen niet meer die afstand bewaren.”

Arjan is zelf net bijgekomen van de eerste golf, maar merkt dat zijn collega’s het nog zwaar hebben. “Niet alleen verpleegkundigen, maar ook artsen spreken hun zorgen uit over het toenemend aantal besmettingen. En als het straks zo ver is, mag ik weer overwerken.”

Discipline en begrip

Diederik Gommers van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care begrijpt aan de ene kant dat mensen er klaar mee zijn, maar benadrukt dat het virus hiermee niet verdwijnt. “De IC’s liggen op dit moment vol met niet-coronapatiënten en veel verpleegkundigen zijn thuis aan het bijkomen van de eerste golf. De besmettingen lopen ondertussen heel hard op. We hebben de discipline van de mensen nu echt nog nodig, anders komen we in zware problemen.”

Lees ook: RIVM-directeur Van Dissel spreekt over ‘tweede golf’ tijdens briefing: 2250 nieuwe coronabesmettingen

Ook vakbond NU’91 wordt naar eigen zeggen overspoeld met reacties op de #ikdoenietmeermee-campagne. Er is vooral onbegrip. “Onze mensen begrijpen dit niet. Zij zijn dag en nacht bezig om het virus onder controle te krijgen. Dit voelt als een klap in hun gezicht”, sluit woordvoerder Michel van Erp af.