Gezondheid

Expertisecentrum: 'Ga deze zomer niet naar Marokko'

Deze week opent Marokko de grenzen voor buitenlanders die er weg willen en Marokkanen die willen terugkeren. Maar Marokkaanse Nederlanders die van plan waren om deze zomer naar het land af te reizen, kunnen beter thuisblijven. Dit adviseert het informatie- en expertisecentrum EMCEMO.

De heropening van de grens is vooralsnog beperkt. Reizigers richting Marokko moeten eerst een coronatest doen en het resultaat bij aankomst tonen. Ook worden er nog geen veerboten uit Spanje toegelaten.

Lees ook: Reizigers uit ‘veilige’ landen weer welkom in de EU, VS nog altijd geweigerd

Coronatest nagenoeg onhaalbaar

Het land heeft bij deze aankondiging “te veel zaken in het ongewisse gelaten en de vereiste transparantie ontbreekt”, stelt het Euro-Mediterraan Centrum Migratie & Ontwikkeling (EMCEMO). De organisatie noemt de verplichte coronatest “nagenoeg onhaalbaar en kostbaar.”

“Ook geldt er nog steeds een toestand van beperkte bewegingsvrijheid en in sommige steden geldt een totale lockdown, dit maakt een vakantieverblijf in Marokko weinig zinvol. Daar komt bij dat de situatie van de zorgsector erbarmelijk is en dat het land geen enkele garantie geeft voor de nabije toekomst; het zou dus kunnen dat Marokko weer besluit om niemand te laten vertrekken.”

Lees ook: ‘Nog enkele honderden gestrande reizigers in Marokko’

Reis naar Marokko is avontuur

Een woordvoerder van EMCEMO noemt een reis naar Marokko in de zomer een avontuur. “Iedereen heeft vragen, er zijn veel onduidelijkheden en Marokko biedt geen zekerheid dat Marokkaanse Nederlanders weer kunnen terugkeren naar Nederland”, zegt de woordvoerder. “Mensen moeten weten wat de consequenties zijn. Ze kunnen er hun baan in Nederland door verliezen als ze niet op tijd terug kunnen keren. We raden mensen aan het avontuur niet aan te gaan.”

Afgelopen week meldde stichting Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders dat de meeste Marokkaanse Nederlanders het niet aandurven om in de zomer naar het land af te reizen. Het gros blijft volgens de stichting in Nederland.

ANP