'Racisme is in Nederland subtieler, maar we moeten het met z'n allen bestrijden'

Sinds de dood van de Amerikaan George Floyd, die overleed nadat een agent bijna tien minuten met zijn knie in zijn nek zat, wordt er ook in Nederland bijna dagelijks gedemonstreerd tegen racisme. Xaviera Ringeling maakt regelmatig racisme mee en is blij met de demonstraties, maar Samira Tarrass is bang voor polarisatie door de protesten.

Xaviera, wiens ouders van Aruba komen, heeft regelmatig te kampen met racisme. In Nederland is het racisme subtieler, ervaart ze, maar er is ruimte voor verbetering. “Ik maak het gelukkig niet heel vaak mee, maar die keren dat ik het meemaakte waren wel heel heftig”, vertelt ze.

‘Bruine drol’

Haar eerste ‘kennismaking’ met racisme staat in haar geheugen gegrift. “Toen was ik een jaar of acht en kreeg ik ruzie met een jongetje op school. Die noemde mij toen een bruine drol. Ik wist niet zo goed hoe ik moest reageren, eerlijk gezegd. Ik heb hem toen een witte drol genoemd. Ik moest wel iets terugzeggen.” Dat was voor Xaviera de eerste keer dat ze zich realiseerde dat ze bruin, “anders” was. “Ik had geen kleur in mijn beleving.”

Een andere, uiterst nare ervaring met racisme had ze in een trein, toen er een man tegenover haar kwam zitten die overduidelijk neonazi was. Hij keek haar de hele treinreis aan terwijl hij met een mes zat te spelen. De stilte van haar medereizigers was oorverdovend. “Niemand heeft zich er mee bemoeid, terwijl iedereen het zag.” Toen ze uitstapte, kwam de man achter haar aan.  “Hij is me gevolgd naar de tram ook, de tram in. Ik ben uitgestapt bij het politiebureau, toen is hij verdwenen. Dat was heel heftig.”

‘Ga jij even koffie halen’

Maar ook uit een voor haar totaal onverwachte hoek kreeg ze te maken met racisme. Xaviera was was op een familiefeestje van een inmiddels ex-partner toen één van haar schoonouders naar haar riep: “ga jij maar koffie halen, jullie deden dat vroeger al zo goed voor ons. Als referentie aan de slavernij”. Ze was “gechoqueerd”. “Ik denk dat het als fout geintje bedoeld was, maar het is geen leuk geintje. Ik kende ze nog helemaal niet zo lang, dus ik voelde me daar al niet helemaal op mijn gemak.”

Door dat soort gebeurtenissen krijgt Xaviera weer even het gevoel dat ze er niet bijhoort. “Dat raakt je best wel op een heel basispunt. Dan ga je denken: wie ben ik dan wel? Ik dacht dat ik er wél bij hoorde?”

Als ze iets vervelends meemaakt, dan is de kans heel groot dat andere mensen vinden dat ze het groter maakt dan het is, legt Xaviera uit. “Maar dat komt omdat zij het zelf niet meemaken. De situatie in Amerika is anders omdat het een geweldmaatschappij is, ze hebben veel meer een geweldcultuur dan wij. Ons racisme ziet er wat beschaafder uit, gelukkig, en daar ben ik blij om. Dat is subtieler. Die opmerking van mijn schoonouders, zó ziet ons racisme eruit. Maar dat betekent niet dat de impact ervan net zo heftig kan zijn binnen de context van de Nederlandse maatschappij.”

Tekst gaat verder onder de video

‘Je maakt het zo alleen maar erger’

Samira Tarrass is een kind van een Marokkaanse gastarbeider van de eerste generatie. Zij herkent zich niet in het beeld van racisme in Nederland zoals dat onder anderen door Xaviera wordt geschetst. “We hebben demonstratierecht in Nederland dus er moet alle ruimte voor geboden worden. Alleen de mate waarin nu wordt verkondigd dat er discriminatie en racisme zou zijn in Nederland, ben ik het absoluut niet mee eens. Ik ervaar dat in ieder geval niet zo. Is er discriminatie en racisme? Ja! Maar niet in de mate waarop men het ons wil laten geloven.”

Het probleem bagatelliseren wil ze absoluut niet en ze juicht toe dat er veel over gesproken wordt. “Maar niet op de manier waarop het nu gebeurt in Amerika. Met plunderen, met vernielingen, met agenten aanvallen, met moorden. Is dat de oplossing voor het probleem? Je maakt het alleen maar erger ermee.”

Samira zegt twee keer in haar leven geconfronteerd te zijn met discriminatie, één keer door een witte man en één keer door een Marokkaanse man. Geen fijne ervaringen, maar “ga niet doen alsof dit land doordrenkt is met racisme en discriminatie”.

‘Haar soort mensen’

Ze schetst de eerste keer dat ze met discriminatie te maken kreeg. Dat was door een teamleider die haar niet wilde aannemen omdat ‘haar soort mensen’ bekend stond als zijnde veel te lang op vakantie wegens “oma die voor de zoveelste keer gewoon weer overleed”.

“De tweede keer was door een Marokkaanse man die mij op basis van mijn achtergrond en mijn afkomst discrimineerde”, vertelt Samira. “Hij zei letterlijk: ‘jij komt uit die stad, ik ga jou niet helpen in mijn winkel’. Daar word je niet blij van. Dat is niet normaal en we moeten het ook niet normaal maken. We moeten ervoor waken dat het normaal wordt en het probleem bespreekbaar maken. Maar niet doen alsof dit land doordrenkt is met racisme en discriminatie. Ik denk dat Nederland wel wat beters verdient.”

‘Waar hebben we het over?’

Samira is bang dat de discussie uit de klauwen loopt en dat aan beiden kanten de emoties zo hoog oplopen dat mensen op een gegeven moment niet meer naar elkaar gaan luisteren. Volgens haar is daar nu al sprake van. Ze vreest voor de situatie over een paar weken, vreest dat wat er in het buitenland gebeurt naar hier overslaat en dat mensen ook hier “winkels van hardwerkende mensen gaan plunderen”. “Ik snap de emotie erachter wel. Maar men moet het probleem oplossen vanuit het systeem zelf.”

Lees ook: Ruim een derde Nederlanders ziet tegenstellingen toenemen door antiracisme-demonstraties

Wat zíj in Nederland ziet? “Ik loop hier stadsdeel in Rotterdam binnen en de eerste die mij begroet is een Surinaamse beveiliger. Ik krijg een bonnetje van een Turkse man en vervolgens haal ik mijn paspoort bij een vrouw met een hoofddoek.” Dat dit land doordrenkt zou zijn met racisme en discriminatie, ziet zij dus “absoluut niet”. “We hebben een Marokkaanse voorzitster van de Tweede Kamer, we hebben twee Marokkaanse burgemeesters. Waar hebben we het over? Doe wat meer je best anders. Ik kan me er gewoon echt geen voorstelling van maken dat het zó erg zou zijn.”