Politiek

Meerderheid Nederlanders wil dat na pretparken ook de kermis weer opengaat

Nu de pretparken sinds 1 juni de poorten weer mogen openen, zouden ook de kermissen weer open moeten mogen. Het is oneerlijk om kermissen tot het einde van het seizoen te verbieden met alle financiële gevolgen van dien, vindt een overgrote meerheid (82 procent) van de Nederlanders.

Dat blijkt uit onderzoek van Wat vindt Nederland onder ruim 4000 mensen. Honderden kermisexploitanten trokken donderdag naar Den Haag om te protesteren tegen het coronabeleid van het kabinet. Daarin staat dat kermissen tot zeker 1 september verboden zijn. Maar tegen die tijd is het kermisseizoen al weer voorbij en ligt de branche weer maandenlang stil. Daarnaast is het noodpakket van de overheid voor getroffen ondernemers lang niet toereikend genoeg om de grootste kostenposten van de kermisexploitanten te dekken.

Puinhoop

Bij het protest van vandaag trokken honderden kermisexploitanten met hun attracties richting het Malieveld in Den Haag. Op de A12 bij de afslag Ypenburg werd een stoet kermiswagens door de politie tegengehouden, omdat zij zich niet hielden aan de gemaakte afspraken. De weg moest daardoor korte tijd in beide richtingen worden afgesloten.

Lees ook: Kermisexploitanten demonstreren op en rond Malieveld, A12 richting Den Haag weer open

De demonstratie liep dus niet geheel vlekkeloos en dat is ook waar Nederlanders voor vrezen als alle getroffen ondernemers de straat op zouden gaan om te protesteren tegen de coronamaatregelen, zo blijkt uit de respons van het panel. Twee derde van de deelnemers (66 procent) vreest dat het dan een grote puinhoop wordt.

Noodpakket

Toch is er ook sympathie voor de actie van de kermisexploitanten. Bijna negentig procent (89 procent) van de Nederlanders is van mening dat de overheid met een op maat gemaakt noodpakket moet komen voor ondernemers die, net als de kermisbranche, afhankelijk zijn van seizoenswerk.

Wat vindt Nederland is het opiniepanel van Hart van Nederland. Het panel bestaat op dit moment uit 35.000 leden. Per onderzoek wordt een deel van het panel uitgenodigd. Dat gebeurt op basis van de kenmerken van de deelnemers, zoals politieke voorkeur, geslacht, woonplaats, leeftijd. Alle onderzoeken vinden plaats onder begeleiding van opiniepeiler Maurice de Hond.