Gezondheid

Familie coronapatiënt Sehraz (16): 'Het ergste is dat wij nu niet bij hem kunnen zijn'

Machteloosheid. Dat is het gevoel van de familie van de 16-jarige coronapatiënt Sehraz. De jongen heeft de nacht goed doorgebracht, zo vertelt broer Babor zondagmiddag vanachter de vooruit van zijn woning aan Hart van Nederland. Babor, zijn zus en hun ouders zitten momenteel in thuisisolatie. ”En dat is het pijnlijke, we zouden liever nu bij hem willen zijn.”

Sehraz ligt nu onder narcose op de intensive care in Rotterdam en niet zelfstandig ademen. ”De situatie is heel slecht, zijn kansen zijn fifty-fifty. De jongen kan zelf niet ademen. Ze moeten zijn longen met apparaten helpen, anders ademt hij niet”, vertelt Babor.

Lees ook: Sehraz (16) uit Breda ligt door coronavirus op IC: ‘Zijn kansen zijn fifty-fifty’

”Hij is een klein kind van zestien. Als hij om hulp schreeuwt en ons nodig heeft omdat hij pijn heeft, of niet weet wat er gebeurt, dan zijn we er niet”, zegt Babor. “We willen nu weer graag bij hem zijn maar dat gaat niet.” Wel is de familie blij met de constante informatiestroom die ze van het ziekenhuis krijgen. ”Ik mag gewoon bellen wanneer ik wil en krijg gewoon informatie. Mijn ouders zeggen ook dat hij om de vijf minuten wordt gecontroleerd in zijn kamer.”

Niet getest

Babor en zijn ouders  geloven niet dat hun broer en zoon in slechte handen is, maar ze voelen zich wel machteloos. Dat het gezin nu in thuisisolatie zit, betekent niet automatisch dat ze zelf ook ziek zullen worden. Maar getest worden ze niet. “Ik snap het ook niet. In zo’n situatie word je gewoon ook nog voor de leeuwen gegooid. Zo van, bekijk het maar. Pas wanneer ik echt half dood ben willen ze me gaan helpen, zeggen ze.”

Lees ook: Nederland op slot: scholen, sportclubs en horeca dicht om coronacrisis

De ouders van Sehraz maken zich grote zorgen. “Vooral mijn moeder heeft het erg moeilijk,” vertelt Babor. “Ze zijn totaal gebroken. Ze hopen elke dag dat dit een nachtmerrie is. Ze kunnen niks anders dan bidden en hopen dat onze kleine Sehraz snel terug naar ons komt.”