Dieren

Daar is 'ie weer! In Hengelo hebben ze een nieuwe manier om de eikenprocessierups te bestrijden

Het is volop lente en dat betekent naast zon en bloeiende bloemen helaas ook: de eikenprocessierups. De vervelende kriebelbeesten nestelen zich weer in bomen. Vorig jaar hadden enorm veel Nederlanders last van de rupsen.

In Hengelo zijn ze dit jaar daarom extra vroeg aan de slag gegaan om het ongedierte te bestrijden. En daar hebben ze een nieuwe manier voor. Ze besproeien ze met aaltjes!

Aaltje in eikenprocessierups

Maar wat haalt dat dan precies uit? Het aaltje kruipt, nadat het op de boom gespoten is, in de rups. Die krijgt daardoor geen honger meer en sterft zo langzaam. Een effectieve en milieuvriendelijke manier van bestrijden.

Lees ook: Eerste eikenprocessierupsen uit het ei gekropen

Maar bij het besproeien van de bomen komt nog wel wat anders kijken: een hoop herrie. Vanaf een trekker spuiten ze de beesten een boom in, maar dat gebeurt met het nodige lawaai. Even doorbijten voor de inwoners van Hengelo.

Behandelen in het donker

De komende dagen gaan werknemers van Gildebor, het bedrijf dat door de gemeente ingeschakeld is, de hotspots met eikenprocessierupsen af. En een paar dagen later nogmaals, voor een tweede behandeling. Het lastige is dat de behandelingen in het donker moeten worden uitgevoerd.

De aaltjes die de rupsen doden, kunnen namelijk niet tegen daglicht. Daarom begint Gildebor in de avond, zo rond 20.30 uur met bestrijden. Een volle tank met aaltjes gaat ongeveer een uur mee (en bevat tien miljoen diertjes!), daarna is het bijvullen en verder sproeien.

Het sproeien duurt tot een uur of twee, drie in de nacht. Rond die tijd zakt de temperatuur waarschijnlijk onder de vijf graden, en dat overleeft het aaltje niet. Het moet bovendien genoeg tijd krijgen om in een rups te kruipen, want het kan zich niet in de boom verstoppen voor daglicht of enorme kou.

De behandeling is overigens wel behoorlijk prijzig. De gemeente mag er in totaal zo’n 80.000 euro voor uittrekken. Maar hopelijk hebben ze in de Overijsselse plaats deze zomer dan geen last van de kriebelrups. En dat zal voor een hoop Hengeloërs een uitkomst zijn.