Dieren

Ze zijn terug: eerste eikenprocessierupsen uit het ei gekropen

De lente is amper begonnen, of de eerste eikenprocessierupsen laten zich alweer zien. Bioloog Arnold van Vliet meldde maandagochtend dat de eerste rupsen zijn waargenomen in Ede.

Dat schrijft Van Vliet op de website van het Kennisplatform Eikenprocessierups. Biologen van het Kenniscentrum hebben de ontwikkeling van de eitjes de afgelopen periode in de gaten gehouden. Zij voorspelden dat de eerste eitjes begin april zouden uitkomen. Dat is dus nu een feit.

De haartjes veroorzaken echter nog geen overlast. De brandhaartjes die jeuk en pijn veroorzaken, krijgen de rupsen pas na anderhalf tot twee maanden.

Bestrijding eikenprocessierupsen

De maatregelen die in Nederland genomen zijn tegen de uitbraak van het coronavirus, zitten de bestrijding van de eikenprocessierups voorlopig niet in de weg. Rupsenbestrijders werken meestal alleen of op ruime afstand van anderen en hebben zeker tot de tweede helft van mei geen beschermende pakken nodig, want de brandharen die vorig jaar zoveel overlast veroorzaakten zijn er dan nog niet.

Lees ook: Massale sterfte koolmezen door vlooienmiddel van huisdieren

Sommige groenbeheerders vrezen dat ze zonder beschermende pakken moeten werken, omdat die allemaal in gebruik zijn bij de zorg. Bioloog Arnold Van Vliet, voorzitter van het Kenniscentrum Eikenprocessierups, sprak eerder uit daar niet bang voor te zijn. “Voor rupsenbestrijding worden alternatieve pakken gebruikt. En die zijn grotendeels ook al eerder in het jaar geleverd. Er is geen tekort.”

Preventief bestrijden

Van Vliet: “Het is nu juist de goede tijd voor de vele extra maatregelen die gemeenten nemen om de eikenprocessierups preventief te bestrijden. Als die maatregelen succesvol zijn, zal dat zeker effect hebben op het totale aantal rupsen met brandharen. We zagen na de ingrepen vorig jaar al goede resultaten, al blijven de rupsen natuurlijk niet helemaal weg.”

Brandharen van de eikenprocessierups kunnen ernstige gezondheidsklachten veroorzaken. “Vorig jaar was er een enorme emissie aan brandharen, omdat het op het moment dat de rupsen heel actief waren mooi weer was met hele harde wind. Onder die omstandigheden waren er ook heel veel mensen buiten, die allemaal jeukbulten en erger konden oplopen”, zegt Van Vliet.