Politiek

Minister De Jonge over mogelijke quarantaineplicht: 'Boete van 87.000 euro zal niet worden opgelegd'

Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) laat weten dat de nog te bepalen maximumstraf die hoort bij de mogelijke quarantaineplicht niet torenhoog zal zijn. “Een gevangenisstraf of boete van 87.000 euro zal niet worden opgelegd.”

Hoogleraar algemene rechtswetenschap Jan Brouwer zei eerder vandaag tegen De Stentor dat de maximumstraf voor het niet in quarantaine gaan vier jaar cel zou kunnen zijn of een geldboete van 87.000 euro. “Zo zal het niet zijn”, reageert de minister. “We gaan verkennen op welke manier we dat uitvoering geven. Daarbij hoort ook dat ik aan het Openbaar Ministerie vraag: wat is nu een passende strafmaat?”

De Jonge vervolgt: “Natuurlijk geen gevangenisstraf of zo’n hele hoge geldboete. Maar uiteindelijk is het altijd zo dat de rechter altijd bepaalt wat de straf is, want we leven met elkaar in een rechtsstaat.”

Kritiek op quarantaineplicht

De Jonge kreeg woensdag tijdens een debat in de Tweede Kamer veel kritiek op zijn plan van de corona-aanpak. Zowel oppositie- als coalitiepartijen hebben grote zorgen of er genoeg mankracht beschikbaar is voor het bron- en contactonderzoek.

Afgelopen dinsdag liet De Jonge weten dat hij de quarantaineplicht volgende week wilde laten ingaan. Tijdens het debat nam hij gas terug, en zei hij er langer de tijd voor te willen nemen.

Lees ook: Kamer wil nu geen quarantaineplicht na contactonderzoek

Naleving quarantainemaatregel

“Het aantal mensen dat zich laat testen gaat best goed, maar het contactonderzoek is nog best wel spannend”, zegt De Jonge tegen Hart van Nederland. “Daar zullen we nog extra in moeten investeren.” Wel ziet de minister dat de mensen zich lang niet even goed aan de maatregelen houden. “Een van die maatregelen is dat je in quarantaine moet zodra je met iemand in contact bent geweest die corona heeft, maar we weten van de GGD dat niet iedereen zich daar aan houdt.”

De minister wil dat de quarantainemaatregel die er nu is beter nageleefd wordt. “De verplichting nu is een soort morele verplichting op advies van de GGD”, zegt De Jonge. “En wat we misschien moeten doen als stok achter de deur is gebruikmaken van de wettelijke verplichting die in de wet zit.”