OverzichtTip de redactie
Volg Hart van Nederland

'Fooienscherm' op pinautomaat zorgt voor ongemak: dit is waarom

Geld

Vandaag, 08:54

Wie tegenwoordig uit eten gaat en om de rekening vraagt, krijgt vaak een pinautomaat onder de neus geschoven met daarop allerlei opties om fooi te geven. Dit zogenaamde 'fooienscherm' – waarop vaak de opties 5, 15 of 20 procent fooi staan – is volgens consumentenpsycholoog Patrick Wessels slim bedacht.

Hij legt in De 538 Ochtendshow uit waarom dit zo is.

Confrontatiemoment

In eerste instantie is het al bijzonder dat je voor het blok wordt gezet, zegt Wessels. Normaal gesproken wordt er bij het afrekenen niet om fooi gevraagd. Mensen weten dat ze een extraatje kunnen geven, maar er wordt niet expliciet om gevraagd. Dat doet dit fooienscherm wel, legt hij uit: "Je krijgt een soort confrontatiemoment. Je moet een keuze maken."

Op dat scherm staan allerlei opties om fooi te geven. Ook daarover is goed nagedacht, vertelt Wessels. "Ze beginnen vaak met het hoogste percentage, wat ons brein vervolgens als referentiepunt neemt. Vervolgens weeg je de andere opties af, maar die lijken dan vaak een stuk lager dan die eerstgenoemde 20 procent." Daardoor kiezen mensen volgens Wessels vaker voor die hoogste optie.

Aantal mensen dat fooi geeft 2,25 keer hoger

Het is niet gek dat horecazaken dit fooienscherm massaal lijken te gebruiken. Uit onderzoek is gebleken dat het aantal mensen dat fooi geeft in een zaak met zo'n scherm 2,25 keer hoger is dan in een zaak die dit scherm niet gebruikt, vervolgt Wessels zijn verhaal. "Je haalt dus veel meer fooi binnen door simpelweg een iets ander systeem te gebruiken. 17 procent van de mensen geeft fooi als je helemaal niet vraagt, tegenover 39 procent als je het op deze manier vraagt."

Maak van Hart van Nederland je Google-favoriet

Optie 'geen fooi' slim verhuld

De optie om geen fooi te geven staat natuurlijk ook op de pinautomaat. Mensen zijn niet verplicht om iets extra's te geven. Maar deze optie is volgens Wessels vaak slim verhuld en staat ergens onderaan, in het klein tussen de andere opties.

Ook daar zit een gedachte achter, redeneert Wessels. Je brein krijgt het idee dat fooi geven de standaard is, of normaal is. Daardoor voelt het moeilijker om voor de optie 'geen fooi' te kiezen, omdat dit mensen het idee kan geven dat ze niet aardig of vrijgevig zijn. Je brein wil zich conformeren aan de norm en die lijkt in dit geval te zijn dat je wel fooi geeft. Ten slotte kijkt de ober vaak mee, wat het extra ongemakkelijk kan maken als je besluit geen fooi te geven.