Politiek

De Jonge over aanpassen vaccinatiebeleid: 'Wij blijven vasthouden aan de hoofdroute'

Nu het bekend is geworden dat het vaccinatiebeleid opnieuw aangepast gaat worden, komen er een boel vragen los bij zorgmedewerkers. Zaterdagochtend brachten de zorgministers Hugo de Jonge en Tamara van Ark het nieuws naar buiten dat mensen die in de acute zorg werken zo snel mogelijk worden gevaccineerd tegen het coronavirus.

Aanvankelijk zouden zorgmedewerkers uit verpleeghuizen, thuis- en gehandicaptenzorg als eerste worden gevaccineerd. Maar omdat de druk op de ziekenhuizen sterk toeneemt, heeft het kabinet zaterdag besloten om ook voorrang te geven aan mensen die in de acute zorg werken. Het gaat om verpleegkundigen en artsen die op de intensive care, spoedeisende hulp of corona-afdeling werken, maar ook om ambulancepersoneel.

Vasthouden aan de ‘hoofdroute’

Minister De Jonge stelt dat er nog steeds wordt vastgehouden aan ‘de hoofdroute van het vaccinatieproces’. ”We zijn nog steeds bezig om de meest kwetsbare groepen in onze samenleving te beschermen”, begint minister. ”Dan hebben we het dus over mensen die ernstig ziek kunnen worden van het virus en de zorgmedewerkers die met hen in aanraking komen. Dat heeft de Gezondheidsraad ook geadviseerd.”

Lees ook: Medewerkers acute zorg krijgen toch met voorrang vaccinatie tegen corona, ‘maar niet voor 8 januari’

Wel zegt de minister dat we met deze beslissing een ‘kleine zijstap op de route’ hebben genomen. Maar deze keuze is verdedigbaar omdat de (acute) zorg nu zwaar onder druk staat. ”We kunnen ons niet veroorloven dat er op de cohort-afdelingen en de intensive cares onvoldoende mensen om voor die zieken te zorgen.” Om ervoor te zorgen dat artsen of verzorgers niet voor de moeilijke keuze komen te staan van: wie gaan we helpen? grijpt De Jonge nu in.

Zorgmedewerkers vallen steeds vaker uit omdat zij bijvoorbeeld ziek zijn geworden of in quarantaine zitten om een besmetting in hun omgeving. Met bescherming van het virus hoeft het kabinet zich daar geen zorgen meer om te maken. Het gaat specifiek om zo’n 30.000 medewerkers. ”Het is nog niet bekend wanneer we kunnen beginnen met prikken. Wij aan het Landelijk Netwerk Acute Zorg (LNAZ)  gevraagd om zo snel mogelijk met een plan te komen om deze groep te laten vaccineren.”

‘Niet opeens meer vaccins beschikbaar’

Feit wel blijft dat er niet opeens meer vaccins beschikbaar zijn voor deze extra groep. ”Het is nooit een gratis keuze, wij krijgen op dit moment nog maar heel weinig vaccins binnen. Het zijn de eerste vaccins van de eerste leverancier, die we goed moeten benutten. Nu gaan we die eerste vaccins dus iets anders verdelen”, vertelt de minister verder.

Doordat er nu tienduizenden mensen versneld gevaccineerd moeten worden loopt het gehele proces ook vertraging op. De minister denkt een week extra nodig te hebben om deze groep te vaccineren. ”Maar ik denk dat die keuze verdedigbaar is aangezien de druk die er nu op (acute) zorg is.”

Wie is er nu als eerst aan de beurt?

NU’91 (belangenbehartiger zorgprofessionals) is blij met het nieuws, maar stelt ook vragen. ”Door dit nieuwe besluit is het voor ons niet meer duidelijk wanneer zorgprofessionals in andere sectoren aan de beurt zijn. Het coronavaccin moet zo snel mogelijk beschikbaar zijn voor alle zorgprofessionals”, stelt voorzitter Stella Salden.

Volgens de minister blijft het kabinet zich vasthouden aan de hoofdroute. ”We vragen nu alleen aan de ziekenhuizen om het personeel op de acute zorg versneld te laten vaccineren.” Mensen in de ouderen- en gehandicaptenzorg zullen nog steeds als eerst een uitnodiging krijgen om zich te laten vaccineren. Dat proces begint nog steeds op vrijdag 8 januari.

Het is dus nog niet duidelijk wanneer de medewerkers op de acute zorg een uitnodiging krijgen. ”Dat hoort bij de uitwerking van het plan, en daar wachten we dus nog op”, licht De Jonge toe.

Lees ook: Kuipers en Gommers roepen kabinet op: begin maandag met inenten zorgpersoneel

Beperkt toegang tot vaccin

In andere Europese landen wordt al een week geprikt, Nederland is nog niet begonnen en nu wordt de aanpak al weer aangepast. Hoe betrouwbaar het is het beleid rond het vaccinatieproces? ”We hebben altijd gezegd dat we wendbaar moeten zijn in het proces, soms veranderen er zaken waar je direct op moet inspringen”, verklaart De Jonge. ”Soms verandert de levering van het vaccin, of kan het gebeuren dat de beschikbaarheid verandert, we moeten blijven schakelen om de (acute) zorg in dit probleem overeind te houden.

Daarnaast voegt de minister er aan toe dat eerder beginnen niet altijd beter is. ”Het gaat er niet om wie er als eerst begint met vaccineren, maar wie er straks de hoogste vaccinatiegraad heeft. Daar streven wij naar. Je moet eerst alles goed op een rij hebben voordat je begint met prikken. Daarbij mag geen enkel bochtje worden afgesneden. De stappen die we nu zetten komen ten goede aan de zorgvuldigheid als we eenmaal zijn begonnen.”

Twijfels bij zorgpersoneel

Op die manier probeert de minister ook het vertrouwen te winnen van het zorgpersoneel. Volgens beroepsorganisatie NU’91 moet er inderdaad nog iets worden gedaan aan betere voorlichting. Uit eigen peilingen blijkt dat er veel vragen leven over het vaccineren, en dan met name over de vrijwilligheid er van.

Dat er betere voorlichting moet komen is de minister het mee eens. ”We moeten het zorgpersoneel goed informeren over het vaccin, en die twijfels wegnemen. Ze moeten de informatie krijgen over de werking en de mogelijke bijwerking” somt hij op. ”We weten dat zorgmedewerkers extra kritisch zijn, en dat mag, je moet je ook altijd goed laten informeren. Daarom hebben wij de afgelopen tijd duizenden callcentermedewerkers opgeleid om deze groep goed te informeren.

Lees ook: Dit zijn de 25 priklocaties waar zorgmedewerkers worden ingeënt tegen corona

Hoewel Stella Salden van NU’91 liever ziet dat alle mensen in alle zorgsectoren zo snel mogelijk worden gevaccineerd is dat niet verstandig volgens De Jonge: ”Als je iedereen in de zorg op hetzelfde moment vaccineert kan het gebeuren dat veel mensen ook bijwerkingen krijgen”, stelt hij. ”Ook al krijgt maar een paar procent van de zorgmedewerkers bijwerkingen, zoals koorts, dan wordt de druk op de zorg nog zwaarder. Dat moeten we niet hebben. Daarom wil je iets van spreiding hebben om dat probleem te voorkomen.”