Politiek

Het knalt bij de vuurwerkgroothandelaren: 'We kunnen geen kant op'

Vuurwerkhandelaren kunnen tot vijfduizend euro compensatie aanvragen vanwege het verbod op knalvuurwerk en vuurpijlen tijdens aankomende jaarwisseling. Dat maakte staatssecretaris Stientje van Veldhoven dinsdag bekend. Maar de regeling geldt niet voor groothandelaren en juist die zitten nu met een enorme restpartij, die ze nergens kwijt kunnen.

Op 30 januari werd het officieel: komende jaarwisseling mogen er geen rotjes of vuurpijlen worden afgestoken. Door een verbod op knalvuurwerk en vuurpijlen moet de jaarwisseling veiliger worden. F3-vuurwerk, zoals ratelbanden, Chinese rollen en singleshots werden eerder al verboden.

Lees ook: Verkopers met handen in het haar: verboden vuurwerk moet weg, maar hoe?

Vuurwerkhandelaren met grote restvoorraden kunnen hiervoor een vergoeding krijgen van maximaal vijfduizend euro. Dat meldde staatssecretaris Stientje van Veldhoven vandaag aan de Tweede Kamer. Voor kleinere voorraden is zeker vijftienhonderd euro beschikbaar, zo maakte Van Veldhoven vorige maand al bekend. Groothandelaren komen in principe niet in aanmerking voor een tegemoetkoming, omdat zij volgens de staatssecretaris hun grote voorraden vuurwerk kunnen verkopen aan handelaren in landen waar geen verbod geldt.

Onzin

Volgens Jasper Groeneveld, directeur van de grootste vuurwerkleverancier van Nederland, is dit complete onzin. “Vijftig procent van de artikelen die hier liggen, zijn helemaal niet geschikt voor het buitenland. Daar hebben ze hele andere eisen. En voor die andere vijftig procent geldt dat het buitenland ook weet dat wij van het vuurwerk af moeten, die gaan ons er natuurlijk nooit genoeg voor geven.” Groeneveld denkt dan ook dat zeker de helft van het vuurwerk vernietigd moet worden.

Belangenvereniging Pyrotechniek Nederland is ook alles behalve tevreden over de aangekondigde steun. “In totaal is een budget van drie miljoen euro uitgetrokken. Wat ons betreft zou dat genoeg moeten zijn voor alle winkeliers. Dus compenseer volledig. Waarom dit verschil tussen grote en kleine ondernemingen?” vraagt Marcel Teunissen van de belangenvereniging zich af.

Groeneveld is er in ieder geval goed boos over. “Ik heb gewoon geen idee hoe het verder nu moet. Ik houd van denken in oplossing, maar ik weet het gewoon niet. Wellicht moeten we het straks op het Binnenhof neerzetten, dan moeten zij maar kijken wat ze ermee moeten doen.”