Gezondheid

Onvrede over begeleiding vaak reden stoppen pleeggezin

In de pleegzorg schort het aan begeleiding en daarom voelen pleegouders zich gedwongen te stoppen met het werk. Zo ervaren ze onder meer problemen met de nazorg of voelen zich niet serieus genomen. Dat, terwijl ze vaak juist wél als pleegouder aan het werk willen.

Dat blijkt uit een onderzoek van het Nederlands Jeugdinstituut, de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen en Jeugdzorg Nederland, onder ruim vijfhonderd gestopte pleegouders. Ieder jaar stopt zo’n 14 procent van de pleeggezinnen met het pleegouderschap. Ongeveer een op de vijf gestopte pleegouders geeft aan dat er geen aandacht is besteed aan de afronding van een plaatsing. De nazorg voor gestopte pleegzorg schiet tekort, aldus de onderzoekers.

Niet verrassend

Voor Stefanie Abrahamse, onderzoeker bij het Nederlands Jeugdinstituut, komen de resultaten van het onderzoek niet uit de lucht vallen, maar de uitkomsten maken de problemen wel een stuk inzichtelijker, vertelt ze. Niet eerder hadden de organisaties zo goed zicht op de redenen waarom pleegouders stopten. Abrahamse: “Stoppen hoeft namelijk niet meteen uitval te betekenen. Het kan ook gaan om natuurlijk verloop zoals een kind dat achttien is en uit huis moet, of omdat pleegouders de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt.”

Bij uitgevallen pleeggezinnen gaat iets anders mis. Er is een gebrek aan begeleiding of er bellen juist zo veel hulpverleners aan dat pleegouders door de bomen het bos niet meer zien. “Ook financiën spelen een rol”, vertelt Abrahamse. “In sommige gemeenten is dat erg goed op orde maar in andere gemeenten is het beschikbare budget te laag.” Daardoor kan de gemeente maar een bepaald aantal uren aan zorg inkopen. Het gevolg is dat er óf te weinig personeel is, óf iemand moet veel te veel gezinnen begeleiden waardoor de werkdruk te groot is. Gemeentes mogen bovendien zelf bepalen welk budget ze vrij stellen voor de jeugdzorg. In een gemeente waar het budget laag is, zijn vaak ook meer problemen met de begeleiding van pleeggezinnen.

Contact houden

Op het gebied van nazorg kan er ook nog wat verbeterd worden, beaamt Abrahamse. “Het kan best zijn dat een gezin zegt: we kunnen het nu even niet meer aan. Dan moeten we in gesprek blijven zodat we weten wat we kunnen doen om ervoor te zorgen dat ze in de toekomst er misschien toch nog een gevolg aan willen geven. Misschien willen ze even helemaal geen contact, dat kan ook. Maar belangrijk is dat we dat met hen bespreken.”

Naar aanleiding van het rapport worden er stappen gemaakt, laat Abrahamse weten. En dat is belangrijk, want ondanks de knelpunten sluit het overgrote deel van de gestopte pleegouders (72 procent) niet uit zich in de toekomst opnieuw te willen inzetten voor kwetsbare kinderen, via pleegzorg of op een andere manier.