Rechter oordeelt dinsdag: zijn tienduizenden dieren terecht geruimd tijdens de mkz-crisis?

Komt er eindelijk gerechtigheid voor de boeren uit Kootwijkerbroek die in 2001 hun vee moesten ruimen vanwege een mogelijke besmetting met het mond-en klauwzeer virus? Het College van Beroep voor het bedrijfsleven buigt zich dinsdag over de juistheid van de massale ruiming.

Het virus werd op 29 maart 2001 bij slechts één kalf op een boerenbedrijf in de Veluwse gemeente vastgesteld. Hierdoor werden bij 246 bedrijven in de hele gemeente rond de 60.000 koeien, varkens en schapen preventief vernietigd.

Boeren betwisten ziekte

De boeren hebben altijd betwist dat het kalf de ziekte bij zich droeg. De laboratoriumtesten, waarop het besluit was gebaseerd, waren niet overtuigend. Bovendien leek de uiterst besmettelijke ziekte zich niet verder te verspreiden.

“In eerste instantie werd gezegd dat bij het besmette bedrijf 455 dieren positief waren getest. Later is dit bijgesteld tot slechts een handjevol en uiteindelijk bleek het dus maar om een kalf te gaan”, zegt Lau Jansen van de stichting Onderzoek MKZ-Crisis Kootwijkerbroek.

‘Woede is niet raar’

Er is volgens hem zoveel misgegaan bij de bewijsvoering. “Het is niet raar dus dat de veehouders woest zijn.” Tijdens de ruimingen in 2001 ontstond er massale woede onder de boeren.

Ze hingen uit protest dode varkens en koeien in de bomen en richtten blokkades op om de ruimingsploegen tegen te houden. Het leger en de ME moesten eraan te pas komen om de orde te herstellen.

Door de mkz-crisis ontstond er bij de boeren gezamenlijk een schadepost van zo’n 500 miljoen gulden toen.