Gezondheid

Mensen hebben vaker spijt van kleine tatoeages

De kleinste tattoos lijken de meeste spijt op te leveren, soms al op dezelfde dag. Over grotere tattoos, zoals een sleeve (een bijna geheel versierde arm), is meestal lang nagedacht en overlegd met de tattoo-artiest. Daardoor krijgen mensen minder vaak spijt van zo’n grote versiering.

Dat schrijft emeritus-hoogleraar Henri Beunders in het boek Optocht der tattoos, dat donderdag wordt gepresenteerd in Arminius in Rotterdam, in aanwezigheid van tattoo-kunstenaar Henk Schiffmacher.

Argumenten voor spijt

Beunders zocht in resultaten van diverse Engelse, Amerikaanse en Nederlandse onderzoeken en maakte op basis daarvan een lijstje van argumenten voor spijt. Het minste spijt krijgen mensen van tattoos die op familieleden slaan. Berouw hebben ze vooral van de tatoeages die zijn gezet in een vlaag van verliefdheid, rebellie of impulsiviteit. Verder raken dragers er nogal op eens uitgekeken. Ook kunnen ze in de weg gaan zitten. Bijvoorbeeld als het de naam is van een ex.

Andere aanleidingen voor spijt zijn bijvoorbeeld dat een nieuwe geliefde helemaal niet van tatoeages houdt, dat zo’n afbeelding niet past bij een gewenste functie of dat ze uit zichzelf lelijk wordt. Het kan ook zijn dat de hele onderneming gewoon meteen al een mislukking was, bijvoorbeeld door een spelfout. Tattoos raken ook weleens uit de mode, “zoals het aarsgewei” (een T-vormige versiering boven de bilspleet) en bepaalde Chinese karakters.

Lees ook: De Nachtwacht op je rug tatoeëren: ‘Een uit de hand gelopen grap’

Spijt omdat een tattoo wellicht niet goed is voor de gezondheid, komt ook voor, maar veel minder, zegt Beunders. Hij bepleit meer onderzoek hiernaar: “Want wat zit er allemaal in die inkt?!”

‘Ik ben bijzonder’

Beunders constateert verder dat de tattoo nu in alle lagen van de bevolking voorkomt. Vroeger was het volgens hem iets voor bepaalde royals (“Prins Bernhard was denk ik zo ongeveer de laatste”) en aan de andere kant juist voor mensen als “hoeren, pooiers en piraten”. Maar de burgerij wilde met die laatste groepen niet geassocieerd worden.” Nu echter, onder meer door de tattoos bij diverse bekende figuren, is het voor mensen in alle lagen “een middel om uit te drukken dat ze een individu zijn, om te zeggen: ik ben bijzonder”.

Hoewel het taboe verdwenen is, signaleert Beunders andere problemen: “De Maori’s bijvoorbeeld vonden het eerst leuk dat hun symbolen werden overgenomen, maar nu zeggen ze: ze zijn van ons.”