Politiek

Marineschip De Ruyter na vijf maanden missie terug in 'ander' Nederland

Het marineschip De Ruyter is zondagochtend teruggekeerd in de haven van Den Helder. Na een missie van vijf maanden in de Golf-regio komen de militairen weer thuis.

De bijna 200 mannen en vrouwen van het fregat moesten vanwege de coronapandemie al die maanden aan boord blijven. Ze konden vanwege besmettingsrisico’s tussendoor geen havens bezoeken. Alleen in Abu Dhabi mocht de bemanning even aan wal op het marineterrein, zegt een marinewoordvoerder.

Geen familie aanwezig

Al in Den Helder, waar het schip eind januari vóór de corana-uitbraak vertrok, troffen de marinemensen voor het eerst een ‘ander’ Nederland aan. Zo mocht in verband met de coronamaatregelen familie niet bij de ceremonie zijn, waarbij commandant der strijdkrachten Rob Bauer de bemanning een herinneringsmedaille uitreikte. De ophalers bleven wachten op het parkeerterrein en familie kon de ceremonie via een streaming volgen.

Het luchtverdedigings- en commandofregat had tijdens de missie Agenor als belangrijkste opdracht om de veiligheidssituatie in de Straat van Hormuz in kaart te brengen en zo bij te dragen aan een vrije doorvaart. Aanleiding voor de kleine waarnemingsmissie, onder Franse leiding, waren aanvallen vorig jaar op olietankers in het gebied.

Volgens de Amerikanen zat Iran daarachter, maar Teheran ontkende dat. De Amerikanen hebben ook een maritieme missie in het gebied, maar het kabinet koos bewust voor een Europese missie, omdat de Amerikanen inzetten op maximale druk op Iran.

Geen incidenten

Behalve met de militaire inzet proberen de Europese landen ook via diplomatieke weg de spanningen in de regio te verminderen. Met de missie laat Europa volgens de Fransen ook zien dat het bereid is om zijn eigen veiligheid te garanderen. Denemarken volgt de Nederlanders over enkele weken met een marineschip op.

De afgelopen maanden was het rustiger in het voor de oliehandel cruciale gebied. Er waren geen incidenten waarbij De Ruyter betrokken was, zegt een marinewoordvoerder.

Beeld: Koninklijke Marine