Politiek

Nederlanders willen geen salaris of vakantiegeld inleveren in coronatijd

Bedrijven mogen werknemers niet zomaar minder salaris betalen, of verplichten vakantiedagen eerder op te nemen, dat laat minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid weten. Hij voegt daar wel aan toe dat als werkgevers in geldnood zitten, zij daarover in gesprek kunnen gaan met hun personeel. Als het aan de Nederlanders ligt is er zeker opoffering mogelijk, dat blijkt uit onderzoek van Wat vindt Nederland.

“Als je er als bedrijf slecht voor staat, en het risico hebt om te vallen, begrijp ik wel dat die gesprekken plaatsvinden”, aldus Koolmees. “Maar je kan niet eenzijdig de arbeidsvoorwaarden aanpassen, dat zal altijd in overleg moeten met de vakbonden of de ondernemingsraad.”

Lees ook: Salaris inleveren of verplicht vakantie opnemen? Dit is wat bedrijven wel en niet mogen

Bedrijven die een beroep doen op de loonkostenregeling van de overheid, worden geacht de salarissen volledig door te betalen. “Dat is een voorwaarde”, zegt Koolmees. Over andere arbeidsvoorwaarden kunnen volgens hem wel afspraken worden gemaakt, als dat nodig is om een bedrijf overeind te houden.

Offers

Zo vindt 60 procent van de 3000 deelnemers aan het panel het geen probleem om tijdelijk geen bonus uitgekeerd te krijgen. Ook vindt een even grote groep het prima dat reiskostenvergoedingen tegen het licht worden gehouden, zeker nu zoveel mensen thuiswerken. Een derde van de Nederlanders vindt het zelfs goed om gedwongen wat vakantiedagen op de nemen.

Maar er is wel een grens. Zo zegt ruim 90 procent van de ondervraagden het onacceptabel te vinden als de opbouw van vakantiegeld of pensioen bevroren wordt. Koninklijke Horeca Nederland stelde dit eerder voor aan horecawerknemers. Ook een loonsverlaging, zoals voorgesteld door verzekeraar Aon en voetbalclubs PSV, Willem II en Feyenoord, gaat er bij bijna alle Nederlanders (94 procent) niet in.

Wat vindt Nederland is het opiniepanel van Hart van Nederland. Het panel bestaat op dit moment uit 27.000 leden. Per onderzoek wordt een deel van het panel uitgenodigd. Dat gebeurt op basis van de kenmerken van de deelnemers, zoals politieke voorkeur, geslacht, woonplaats, leeftijd. Alle onderzoeken vinden plaats onder begeleiding van opiniepeiler Maurice de Hond.