112

Geweld tegen portiers loopt de spuigaten uit, zij luiden daarom de noodklok

De aanpak van geweld tegen hulpverleners is momenteel heet nieuws. Agenten, ambulancemedewerkers en spuitgasten van de brandweer moeten immers veilig kunnen werken. Maar waarom is die aandacht er niet voor die man of vrouw bij de deur van een café of club? Dat vraagt de Nederlandse portiers zich hardop af. Zeker na het meest recente incident, vlak voor je jaarwisseling in Breda.

“Wij zijn altijd de eerste lijn, maar krijgen geen erkenning!” zegt een verbolgen Cornel Gorsselink. Hij is oprichter van de Dutch Bouncers Federation, kortweg DBF. 800 leden in Nederland, 150 in België en beginnende afdelingen in Amerika en Duitsland. Het incident in Breda, waarbij op 29 december van vorig jaar twee portiers gewond raakten bij een schietpartij, was voor hen de druppel. Vele, vele eerdere incidenten hebben ervoor gezorgd dat die emmer nu vol is. En overloopt.

Familie van portiers

Yolanda weet maar al te goed waar Cornel het over heeft. Het was namelijk haar zoon die op die bewuste nacht geraakt werd. Gevolg: en gat in zijn been, en een volledig verwoeste telefoon. “Of ik kwaad ben? Nou, dat is zacht uitgedrukt!” briest ze tegen Hart van Nederland. “Portiers staan in hun hemd. Mijn zoon en andere portiers doen gewoon hun werk. Daar ga je toch niet op schieten?”

Het gaat momenteel niet goed met haar zoon. De verwachting is dat hij pas over enkele maanden weer iets kan doen. Maar dan? Dan staat hij gewoon weer voor de deur bij een uitgaansgelegenheid. Met niets anders dan zichzelf om zich te verdedigen. “Ik ben het er wel mee eens dat portiers iets van een verdedigingsmiddel krijgen. Pepperspray ofzo. Maar bovenal vind ik dat ze serieus genomen moeten worden. Net zoals agenten bijvoorbeeld. En vergeet niet dat de familie ook slachtoffer is” aldus Yolanda.

Meer erkenning

En daar is Cornel het helemaal mee eens. Hij pleit dan ook voor meer erkenning voor de portier. “Als er wat gebeurt zijn wij degene die daar als eerste mee te maken krijgen. Negen van de tien keer is het gesust, maar we vangen wel de klappen op. Daar wordt nagenoeg geen aandacht aan besteed en niet serieus genomen.” Met dat laatste doelt hij dan op de berichtgeving rond andere hulpverleners zoals agenten.

‘De klappen opvangen’ is helaas iets waar portier Willem maar al te goed vanaf weet. Twee jaar geleden was hij het slachtoffer van geweld in het uitgaansleven. Hij vertelt bij Hart van Nederland: “een groep Belgen was in een Breda’s café ruzie aan het zoeken. Ik ging er met zijn collega’s op af om de groep naar buiten te bonjouren. Dat lukte, maar buiten gingen ze gewoon verder. Dat wilde we stoppen.” Op weg naar buiten, Willem voorop, sloeg het noodlot toe: hij kreeg, omdat hij als eerste naar buiten stapte, een loodzwaar reclamebord tegen zijn gezicht gesmeten.

80 uur taakstraf

“Een van die gasten had zo’n bord gepakt die je wel eens bij cafés ziet staan. Daar sloeg ‘ie me vol mee voor het hoofd. Gelukkig kon een van m’n collega’s me opvangen, anders had het nog erger af kunnen lopen. Achteraf kreeg ik te horen dat ik zeker een half uur out ben geweest” aldus Willem, terugdenkend aan die verschrikkelijke avond. Vijf dagen lag hij in het ziekenhuis en kreeg 18 hechtingen in zijn gezicht. Maar dat was het ergste nog niet volgens Willem: “de dader kreeg 80 uur taakstraf. Maar hij heeft nooit iets hoeven doen, omdat hij drie dagen in voorarrest heeft gezeten.” Die straf is volgens hem veel te laag. En toont geen enkele manier van respect voor ‘de portier’. Willem sluit zich daarom maar al te graag aan bij de oproep van de DBF.