Opmerkelijk

Radioloze bussen van Keolis stuiten op weerstand van chauffeurs en politici

Vanaf december 2020 zal er in de bussen van vervoerder Keolis in Gelderland, Overijssel en Flevoland geen radio meer ingebouwd zijn. Zelf zegt de maatschappij dat een bus zonder radio veiliger is, omdat de chauffeur zo niet afgeleid geraakt. De chauffeurs zelf zijn niet zo enthousiast over de radioloze bussen, en ook vanuit de politiek is er tegenstand.

”De veiligheid van onze medewerkers en de passagiers staat altijd voorop”, aldus Keolis-woordvoerder Lotte Hendriks. ”Wij denken dat geen radio in de bus voorkomt dat muziek de chauffeur kan afleiden en dat de chauffeur meer mee krijgt van wat er plaatsvindt in de bus, dus geen radio vergroot de veiligheid.”

Minder comfortabel

Chauffeur Sake, die op uitzendbasis werkzaam is voor Keolis, noemt de nieuwe maatregel ‘heel erg vervelend’. ”Een radio is rustgevend en maakt het allemaal wat gezelliger. Het is jammer dat er zo moeilijk over wordt gedaan. Zo maak je het werk minder comfortabel.”

Ook de politiek mengt zich in de zaak. Hans Nooter van de PvdA Overijssel zegt verwonderd te zijn over het besluit van de busmaatschappij. ”Een radio is voor een chauffeur een stukje welzijn en werkplezier. Ik heb geen idee waarom dit is besloten. Ik heb vragen gesteld aan de verantwoordelijke gedeputeerde omdat ik een brief kreeg van een chauffeur uit het Gelderse.”

De gedupeerde, Bert Moerman, heeft positief gereageerd op het voorstel om de vervoerder te vragen waarom de radio moet verdwijnen. In principe is Keolis vrij om bussen met of zonder radio in te zetten. ”Maar kom op, iedereen gebruikt een radio in de auto, waarom zouden chauffeurs dat niet moeten kunnen?”

‘Muziekje moet kunnen’

Is een radio dan zo gevaarlijk tijdens het rijden? Verkeerspsycholoog Gerard Tertoolen denkt van niet. ”In principe is alles wat niet met het verkeer te maken heeft afleidend, maar een muziekje tijdens het rijden moet zeker kunnen. Het is natuurlijk anders wanneer een buschauffeur enthousiast gaat meezingen en swingen op de muziek, maar verder lijkt de maatregel mij een beetje overdreven.”