Politiek

Inspecties luiden alarmbel over jeugdzorg, kabinet grijpt in

De overheid doet op dit moment te weinig om kinderen te beschermen bij wie sprake is van mishandeling of verwaarlozing. Dat stellen de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid vast in het rapport ‘Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd’.

De inspecties stellen dat deze kwetsbare kinderen zonder vertraging de hulp moeten krijgen die ze nodig hebben. Minister De Jonge van Volksgezondheid is geschrokken van het rapport van de inspecties. “We moeten zorgen voor meer orde, rust en regelmatig. En minder bureaucratie”, aldus de bewindsman. Het kabinet grijpt daarom in.

Hulp bij jeugdbescherming wordt niet tijdig ingezet

De instellingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering kunnen op dit moment hun werk niet voldoende doen. De door kinderrechters uitgesproken kinderbeschermingsmaatregelen kunnen niet onmiddellijk worden uitgevoerd. Onacceptabel, aldus de inspecties. Ook de door de kinderrechter opgelegde hulp voor kinderen en ouders kan niet op tijd worden ingezet. Jeugdbeschermers hebben wel de verantwoordelijkheid, maar niet de mogelijkheid om kinderen met ernstige problemen te beschermen en daadwerkelijk te helpen.

Ook personeelstekorten bij jeugdzorginstellingen spelen een rol, net als de financiële onzekerheid en de rol van de gemeenten.

Kabinet komt in actie

Naar aanleiding van de alarmerende berichten komt het kabinet in actie. De jeugdzorg gaat opnieuw op de schop. Een flink deel van deze zorg blijkt toch niet het beste af onder de hoede van de gemeente, concludeert het kabinet.

Gemeenten werden in 2015 verantwoordelijk voor de jeugdzorg omdat zij beter in staat zouden zijn zorg op maat te leveren. Bovendien kwam deze taak zo in één hand en zou versnippering tot het verleden behoren. Maar “die belofte is onvoldoende ingelost”, constateren minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid en zijn collega Sander Dekker van Rechtsbescherming.

Vooral kinderen met ernstige problemen komen in de knel. Gemeenten zijn te klein om die zorg in hun eentje te kunnen opbrengen en regelen. Ze werken al wel noodgedwongen samen, maar dat gebeurt nog te halfslachtig. Daarom gaat het kabinet bepalen welke zorg een taak van de gemeente blijft en welke zij aan een regio of zelfs nog groter verband moet overlaten.