Misdaad

Hogere strafeis in Zwolse 'kruipruimtemoord'

Het Openbaar Ministerie acht alsnog bewezen dat de 41-jarige Mark de G. de man doodde wiens lichaamsdelen onder zijn huis in Zwolle zijn gevonden. De officier eiste dinsdag in de rechtbank in Zwolle twaalf jaar cel en tbs met dwangverpleging.

Het slachtoffer Deniz werd door De G. in februari 2018 in stukken gehakt, zo bekende hij eerder. Vervolgens werden zijn lichaamsdelen in zakken in de kruipruimte onder de woning van de verdachte in Zwolle-Zuid verborgen. Volgens De G. pleegde Deniz zelfmoord in zijn woonkamer.

Lees ook: Moordverdachte: ‘Ik moest van het lichaam af’

In april eiste de officier van justitie nog vrijspraak voor doodslag. Op die zitting kwam slachtofferadvocaat Richard Korver met een rapport dat zelfmoord uitsluit. Dat leidde tot heropening van het onderzoek.

Vooral de reactie van het Nederlands Forensisch Onderzoek (NFI) op dat nieuwe onderzoek maakt dat de officier van justitie nu doodslag bewezen acht. Eerder al werd ontdekt dat in het hoofd van Deniz op de plek waar de kogel binnendrong een miniem stukje plaatstaal zat. Vermoedelijk zat er een voorwerp tussen het hoofd en het pistool. De G. heeft het daar nooit over gehad. En dat maakt het scenario dat Deniz zelfmoord pleegde niet geloofwaardig, aldus de officier.

Lees ook: Dode gevonden in woning Zwolle

Volgens de officier was hier sprake van een kille afrekening. “De verdachte zei eerder liever acht jaar te zitten dan tien jaar de slaaf te zijn van een Turk.” Deniz zat gedrogeerd op de bank in de woonkamer en De G. zag zijn kans schoon af te rekenen met de man van Turkse komaf die zijn leven zuur maakte, aldus het OM. “Daarna is hij op mensonterende wijze met het lichaam omgegaan.” Een dag na de dood zaagde hij het lijk in de badkamer in stukken.

Lees ook: OM eist cel en tbs voor verminken lijk van beste vriend

Advocaat Anno Huisman zag deze strafeis niet aankomen. “Dit is het proces van de onverwachte wendingen”, reageerde hij. De raadsman vindt dat het OM te veel waarde hecht aan een klein metaaldeeltje. De deskundige van het NFI sloot op de zitting namelijk niet uit dat dit deeltje al in de loop van het wapen zat.