Politiek

Utrechtse werfkelders begeven het door zwaar vrachtverkeer

Het is nog maar een kwestie van tijd voordat gaat het helemaal mis gaat in de historische binnenstad van Utrecht. Althans, dat denken de bewoners van de Kromme Nieuwegracht. Dagelijks rijden zware vrachtwagens langs de gracht en de chauffeurs negeren daarbij vaak verbodsbord aan het begin van de straat.

Onder meer de werfkelder van Ronald van der Krogt bezwijkt onder deze veel te zware belasting. Ronald laat zien welke schade het zware vrachtverkeer toebrengt aan de kelder. Een groot stuk van de werfkelder ligt onder de weg en hoe meer Ronald richting de kademuur loopt hoe slechter de constructie wordt. De muur met de meeste schade is eigendom van de gemeente. ”Het heeft geen zin om de kelder op te knappen als het gedeelte van de gemeente de meeste schade heeft.” Zegt Ronald. ”Meerdere buurtbewoners zouden de kelders graag gerestaureerd zien maar als die te zware vrachtwagens langs de gracht blijven rijden dan wordt het dweilen met de kraan open, de kelders blijven de verzakken.”

Fotobewijs

Om hun klacht kracht bij te zetten verzamelen buurtbewoners nu foto’s als bewijs dat sommige vrachtwagenchauffeurs bewust of onbewust de regels overtreden door te zwaar beladen de gracht op te rijden. Veel chauffeurs gebruiken de route om sneller in de binnenstad te komen van de Domstad. ”Je ziet dat er overtredingen zijn van vrachtwagens die vijf tot tien keer het toegestane gewicht hebben.”

Maat is vol

De maat is vol voor de buurtbewoners. De gracht kan het gewicht van de vrachtwagens absoluut niet aan, zeggen verschillende straatbewoners. Ze wijzen op kuilen in het wegdek en scheve paaltjes, de bruggetjes die alleen door een noodoplossing begaanbaar zijn en de slechte staat van de kademuur. Vorig jaar zijn bewoners al met de gemeente in gesprek gegaan over de situatie aan de gracht. Bewoners die er toen bij waren, hebben dat gesprek als prettig ervaren, maar zij hebben ook hun bedenkingen: “Iedereen is welwillend en vriendelijk, alleen er gebeurt eigenlijk niks.”