'Ik weet waar Natalee Holloway begraven ligt'

“Natalee Holloway ligt begraven in de kruipruimte van het Mariott’s Aruba Surf Hotel.” De 59-jarige Amsterdammer Jurriën Auke de Jong beweert ooggetuige te zijn geweest van haar verdwijning. Zo vertelt hij in gesprek met het Algemeen Dagblad.

De Jong zegt dat hij Joran en Natalee op de avond van de verdwijning een gebouw in zag gaan op een bouwterrein. De Jong verstopte zich omdat hij niet gezien wilde worden. Even later zag hij Joran met het levenloze lichaam van Natalee. De Amsterdammer zegt dat hij Joran vlak daarna het lichaam van Natalee heeft zien verstoppen in de kruipruimte van het hotel, dat toen nog in aanbouw was. De Jong was ‘s nachts op het bouwterrein aanwezig voor drugsgerelateerde zaken, zegt hij zelf. Dat zou ook de reden zijn waarom hij lange tijd niet naar buiten heeft willen treden.

Ook zegt hij al sinds 2008 bezig te zijn de autoriteiten ervan te overtuigen om te zoeken onder het hotel. In eerste instantie probeert hij zijn eigen rol op het terrein te verdoezelen, maar zijn cryptische boodschappen leiden niet tot actie van justitie. De Jong begint daarop zijn eigen onderzoek. Hij vliegt meerdere keren naar Aruba en bestudeert de bouwtekeningen. Hij probeert zelf actie te ondernemen maar dit mislukt, en ook in de periode daarna weet De Jong niet van ophouden. Hij schrijft alles en iedereen aan: de hoofdofficier van justitie, de procureur-generaal, het Marriott-concern en zelfs Natalees vader Dave Holloway.

Geen gehoor

De Arubaanse autoriteiten laten zijn verklaring links liggen en weigeren te gaan zoeken onder de betonnenvloer van het hotel waar volgens hem al 10 jaar het lichaam van de Amerikaanse tiener verborgen ligt. Het Openbaar Ministerie op Aruba noemt zijn verklaring op sommige punten onwaarschijnlijk en wil geen onderzoek doen naar de tip. De Jong heeft naar eigen zeggen al duizenden euro’s in onderzoek gespendeerd en heeft onder ede een verklaring afgelegd. Door zijn verhaal nu in de media te brengen hoopt hij de autoriteiten tot actie te kunnen dwingen.