Sport

'Laten we hopen dat ik na maandag nog steeds de snelste man ben'

Tijdens de Olympische Spelen in Sotsji zijn de ogen van menig Nederlander gericht op onze sporthelden. Ze zijn het gesprek van de dag en iedereen hoopt op veel Nederlandse successen. Maar hoe beleven de sporters deze spannende periode? Olympisch schaatsers Stefan Groothuis, Jan Smeekens, Ronald Mulder, Laurine van Riessen en hun coach Jac Orie houden onze lezers van 3 t/m 23 februari op de hoogte van hun belevenissen in Sotsji. Onze redactie belt elke dag met een van de schaatsers of met hun coach over de sfeer, hun voorbereidingen en hun prestaties in Sotsji. Woensdag spraken we met Jan Smeekens na zijn training in de Adler Arena, de olympische schaatshal:

“Het baanrecord van de Adler Arena? Ja, het klopt dat ik dat in mijn bezit heb op de 500 meter. Vorig jaar bij de WK afstanden klokte ik een tijd van 34,80 seconden. Maar het zegt natuurlijk weinig dat ik als baanrecordhouder aan de olympische race begin. Laten we hopen dat ik na maandag nog steeds de snelste man ben.

De afgelopen dagen zijn er twee trainingsraces op de 500 meter geweest, maar niemand dook onder mijn tijd. Het houdt me ook niet zo bezig. Op maandag kwam een Duitser, Nico Ihle, tot een tijd van 35,02 seconden, maar daar hoorde ik pas de volgende ochtend over toen mijn teamgenoot Stefan Groothuis me erop wees. Ik weet in elk geval één ding zeker: maandag zal het een stuk sneller gaan.

Vandaag heb ik ’s ochtends getraind op de ijsbaan, waarna we ’s middags naar een bijeenkomst op het olympisch dorp zijn gegaan waar de Nederlandse ploeg officieel welkom werd geheten. Over twee dagen is de openingsceremonie en dan gaan de Olympische Spelen eindelijk beginnen.’’