Gezondheid

Blog Tour du ALS: Deelnemers van start

Vrijdag heeft voor de derde keer de Tour du ALS plaatsgevonden op de Mont Ventoux in Frankrijk. 625 deelnemers fietsten of lopen de berg op met maar een doel: geld inzamelen voor de dodelijke ziekte ALS. Ook onze presentatrice Evelien de Bruijn was daarbij om verslag te doen van deze bijzondere fietstocht. In deze blog vertelt zij over haar belevenissen daar.

De dag begon vanmorgen vroeg om 5.00 uur, waar de eerste fietsers zich verzamelden voor de start van de Tour du ALS. Dit is het moment waar ze zolang naar toe hebben geleefd. Gespannen gezichten dus, maar ook een heel lekker sfeertje. Het is fris, maar dat geeft niet. De adrenaline houdt de fietsers warm.

De ochtendploeg gaat drie keer de berg op, de derde keer samen met onder meer de ALS patiënten die de top van de Mont Ventoux proberen te bedwingen. De start daarvan vindt midden op de dag plaats, vanuit het plaatsje Sault. Franser kan je het daar niet hebben, een plein waar jeu de boules wordt gespeeld is oranje-blauw gekleurd, het is duidelijk dat de teams er klaar voor zijn.

Ook Conny en Leon zijn er helemaal klaar voor, de twee ALS-patiënten die we al een poosje volgen. Conny is gespannen, Leon compleet relaxed. Onder een strak blauwe hemel vertrekken meer dan 600 fietsers, wandelaars en hardlopers naar de top.

Een beter scenario kan je als organisatie niet wensen. Ware het niet, dat de weersomstandigheden bij de Mont Ventoux niet te voorspellen zijn en de lucht geheel onverwacht betrekt. Bij de laatste rustplaats voor het echt zware stuk, regent het pijpenstelen. En op de top onweert het. Het zijn beslissingen die je als organisatie niet wilt nemen, maar het is onvermijdelijk. De mensen die nu op de rustplaats zijn, mogen niet door naar de top.

Conny legt zich erbij neer, als ik haar spreek, en is apetrots dat het zo lekker ging. Voor haar is het doel bereikt.

Leon daarentegen baalt. ‘Mag ik shit zeggen op tv?’ ‘Ja, dat mag, want dat is het ook.’ antwoord ik. Maar een ALS-patiënt als Leon laat zich niet snel uit het veld slaan. ‘Dan gaan we toch morgen het laatste stuk doen’, zegt hij besluitvaardig, en met weer die kenmerkende glunderende ogen vraagt hij of wij er morgen ook nog zijn.

Tuurlijk Leon, wij gaan morgen met je mee. Naar de top van de Mont Ventoux.

De dag in een paar woorden beschreven…