Politiek

Providers beloven minister: 'Kinderporno sneller offline'

Kinderporno verdwijnt voortaan binnen een dag nadat die is opgemerkt van het internet, hebben internetbedrijven afgesproken. Providers en andere ICT-bedrijven nemen maatregelen op aandringen van minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid, die waarschuwt dat hij tegen rotte appels zo nodig zelf optreedt.

Grapperhaus prijst de sector, die ook heeft afgesproken bedrijven die de afspraken niet onderschrijven, uit bijvoorbeeld koepelorganisaties te weren. Maar hij vindt 24 uur nog veel te ruim en waarschuwt dat hij ook zelf maatregelen neemt. Een provider die verzuimt in actie te komen na een melding van kinderporno, komt daar straks niet meer mee weg. Zulke bedrijven riskeren dat de overheid zelf ingrijpt en de kosten op hen verhaalt, maar ook boetes en in het uiterste geval het platleggen van de server.

Lees ook: Minister Grapperhaus wil samenwerken met bedrijfsleven in nieuwe aanpak kinderporno

Verwijderen wordt makkelijker

De politie en het Expertisebureau Online Kindermisbruik maken het tegelijkertijd bedrijven makkelijker om kinderporno te verwijderen. Providers kunnen de computerkenmerken van mogelijke nieuwe kinderporno voortaan vergelijken met die van oude. Ze hoeven het materiaal dan niet meer zelf te bekijken om te beoordelen of het mis is.

Er kan sinds kort worden gemeten welke internetbedrijven onderdak bieden aan veel aanbieders van verboden materiaal. Over een paar maanden zijn die cijfers zo betrouwbaar dat iedereen kan zien wie belabberd presteert en wie juist voorbeeldig.

Veel kinderporno op Nederlandse servers

Grapperhaus zegt zich het leed dat online kindermisbruik aanricht en de strijd daartegen persoonlijk aan te trekken. Hij bracht maar weer eens in herinnering dat op Nederlandse servers verhoudingsgewijs veel meer kinderporno staat dan op die van andere landen. Als terroristisch materiaal straks binnen een uur moet worden verwijderd, zoals de Europese Unie wil, dan moet dat volgens hem ook met kinderporno kunnen.

ANP/Redactie