Dieren

Kanker bij je huisdier hoeft niet het einde te betekenen: 'Er is veel onwetendheid'

Kanker is nog te vaak een onnodige doodsoorzaak bij huisdieren. De ziekte wordt vaak te laat of niet ontdekt of baasjes weten niet dat er behandeling mogelijk is. “We zien redelijk vaak patiënten waarbij we nog veel kunnen doen.”

Volgens dierenoncoloog Ada Krupa hoeft het dus niet te laat te zijn voor je huisdier als er kanker wordt ontdekt. “De situatie zou beter zijn, of de prognose zou beter zijn als ze eerder naar ons toe zouden zijn gekomen”, zegt Krupa.

Behandeling met chemotherapie

Ada werkt in een dierenziekenhuis in Terneuzen waar ze zich gespecialiseerd hebben in de behandeling van kanker. Ada Krupa: “Veel eigenaren schrikken zich rot als de dierenarts aangeeft dat hun dier kanker heeft. Maar dit hoeft, in tegenstelling tot wat veel mensen denken, niet gelijk te betekenen dat zij hun huisdier in moeten laten slapen.” De tumor kan worden verwijderd of de kanker wordt behandeld met chemotherapie. “Behandeling zal niet altijd tot genezing lijden, maar wel tot een langer leven met een goede kwaliteit van leven”, aldus de oncoloog.

Dat beaamt ook Cornelie de Jonge, baasje van de vijfjarige rottweiler Donya. De hond heeft lymfeklierkanker en wordt daarvoor behandeld. “Ze had van de ene op de andere dag enorme grote bulten in de hals. Ik ging toen naar de dierenarts en die heeft een punctie genomen en heeft heel adequaat gereageerd en ons verwezen naar Terneuzen. Als we niks zouden doen zou het nog maar drie weken duren, omdat het een heel agressieve vorm was.”

Veel onwetendheid

Dat Cornelie haar rottweiler zo’n behandeling geeft, begrijpt niet iedereen. “Er is veel onwetendheid. Ze vinden het raar dat ik haar laat behandelen. Sommigen wilden niet op bezoek komen toen ze chemotherapie kreeg, ze dachten dat dat gevaarlijk was.”

De Jonge is wel blij dat ze verzekerd is. Toch zijn volgens Ada Krupa de kosten voor veel baasjes niet een struikelblok. “Mensen hebben er veel voor over om hun huisdieren langer te laten leven. Maar dan moeten ze dus wel weten dat er een behandeling mogelijk is. En daarom wil ik dat er meer aandacht voor komt.”