Politiek

Pleegzoon verliezen door gebrekkige begeleiding: 'Verplaatsing had voorkomen kunnen worden'

“Je zou het bijna een gezinsdrama kunnen noemen, het is als het verliezen van je eigen kind.” Willem Peters zag zich in 2016 gedwongen te stoppen met het pleegouderschap. Dat betekende dat hij zijn pleegzoon van acht jaar oud moest laten gaan. Dat deed hij niet omdat hij geen pleegouder meer wilde zijn, maar omdat door gebrekkige begeleiding zijn gezin het pleegouderschap niet meer aan kon.

Peters wil graag zijn verhaal doen, nu uit een onderzoek van het Nederlands Jeugdinstituut, de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen en Jeugdzorg Nederland blijkt dat ruim de helft van de pleegouders die stoppen met het pleegouderschap, dat doet wegens “voor hen ongewenste omstandigheden”.

In de pleegzorg schort het aan juiste begeleiding. Zo ervaren ze onder meer problemen met de nazorg of voelen zich niet serieus genomen. Dat, terwijl ze vaak juist wél als pleegouder aan het werk willen.

Fulltime baan

Hetzelfde geldt voor Peters, die het liefste had gezien dat zijn pleegzoon bij hem en zijn man was opgegroeid. Het jongetje kwam bij het stel toen hij vier jaar oud was. Vanaf zijn zevende woonde hij fulltime bij Peters en zijn man, die in die tijd ook twee kinderen adopteerden. Hun pleegzoon had wat extra aandacht nodig, naast de zorg voor hun adoptiekinderen. Maar goede begeleiding bleef uit.

“Wat ik heel verdrietig vind, is de dominante houding van de jeugdorganisatie”, vertelt Peters. “Afspraken werden gewoon gepland en je moest er maar bij zijn. Of dat nu om tien uur in de ochtend of drie uur in de middag was. Sommige meetings duurden wel drie uur. Het is gezinsontwrichtend. Je zou denken dat de jeugdbeschermer rust in het gezin wil hebben, maar dat was totaal niet zo. We waren zo veel aan het regelen dat we niet aan opvoeden toekwamen. Het was net een fulltime baan.”

Peters was wel heel blij met de jeugdzorgmedewerker die hen was toebedeeld. “Zij werkte keihard, kwam soms zelfs in haar eigen tijd in de avonduren langs.”

Pijnlijk

Peters en zijn man besloten, na veel wikken en wegen, te stoppen met het pleegouderschap. Een zware keuze, zegt hij. “Want als de begeleiding goed was geweest, dan had een verplaatsing voorkomen kunnen worden.” Hij hoopt dat naar aanleiding van het rapport, de betrokken instanties hun hand in eigen boezem steken om dit probleem nu echt goed aan te pakken.

Of Peters in de toekomst nog een pleegkind in het gezin op wil nemen, weet hij niet. “Misschien als mijn kinderen wat ouder zijn, maar ik zou het nooit meer als een keuze van mij als ouder aan ze opleggen. Er is voldoende onrust geweest in mijn gezin. Dat lag niet aan mijn pleegzoon, maar aan het hele gedoe er omheen. Dat is misschien nog wel het meest pijnlijke aan het verhaal, want je zorgt jarenlang goed voor een kind.”