Misdaad

Oorlogsmuseum neemt maatregelen tegen criminele bendes: 'Ze posten voor de deur'

Het oorlogsmuseum 40-45 in Schaarsbergen schroeft de beveiliging op na de inbraak bij twee vergelijkbare musea de afgelopen maanden. In Ossendrecht en Beek werden met bruut geweld de topstukken uit de collectie geroofd. Eef Peeters vreest dat zijn museum het volgende doelwit kan zijn.

Om het de criminelen zo moeilijk mogelijk te maken heeft Peeters een nieuw stevig hekwerk besteld. Daarnaast lopen er honden op het terrein, hangen er camera’s en staan anti-tankversperringen tactisch opgesteld op het terrein. Dat is nodig omdat de dieven die het voorzien hebben op de musea minutieus  te werk gaan. Ze weten precies wat waardevol en nemen dat mee. De rest laten ze liggen.

Deur gebarricadeerd

Het oorlogsmuseum in Schaarsbergen is eerder ook al eens slachtoffer geworden van een diefstal. Een kanon dat buiten stond werd gedemonteerd en meegenomen. “Mijn deur was gebarricadeerd waardoor ik niet naar buiten kon”, zegt de Peeters. Hij vreest dat het een keer goed fout kan gaan als een museumdirecteur de achtervolging inzet.

Lees ook: Oorlogsmuseum in Ossendrecht leeggeroofd: ‘Het voelt alsof je oom of tante is overleden’

Rond het museum lopen geregeld verdachte figuren. Ze komen binnen als bezoeker en nemen veel foto’s, ook van de beveiligingscamera’s. “Buiten wachten ze in een auto om je in de gaten te houden. Bijvoorbeeld wanneer je de hond uitlaat of er andere tijden zijn dat je het huis vaak verlaat.” Eef schrijft bij iedere verdachte auto nu het kenteken op. De politie patrouilleert volgens de museumeigenaar ook vaker in de omgeving.

Mijn levenswerk

Ondanks de toegenomen dreiging van criminelen wil Eef Peeters absoluut niet stoppen met zijn museum. “Het is mijn levenswerk. Mijn vrouw is twaalf jaar geleden al overleden aan alle stress. Ze kreeg een hartaanval. Mijn vader zei vroeger tegen mij dat je moet doen waar je goed in bent. Ik ben goed de oorlog en het verzamelen van voorwerpen uit die tijd.”

Dat is dan ook precies wat hij doet. “Als ik alles verkoop gaat het waarschijnlijk naar een verzamelaar. Dan kan het publiek het niet meer zien. Dat wil ik niet.”