Politiek

Niet meer '30 uur prikken' na geweld tegen hulpverleners: 'Eerst zien dan geloven'

De straf voor geweld tegen hulpverleners is een lange tijd onrechtvaardig geweest, vindt politieagent Koen Simmers. “Je kunt een agent in elkaar slaan en wegkomen met prikken op een veldje.” Ministers Grapperhaus en Dekker sturen dinsdag een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer om daar verandering in te brengen.

Met het wetsvoorstel kan geweld tegen politiemensen, buitengewoon opsporingsambtenaren of medewerkers van de brandweer en ambulance niet meer worden afgedaan met een taakstraf. Voor andere personen met een publieke taak die te maken krijgen met geweld , zoals een boswachter of portier, geldt dit ook.

Lees ook: Kabinet wil einde aan taakstraf bij geweld tegen hulpverleners

“Hier hopen we al langer op”, vertelt Koen Simmers aan Hart van Nederland. Begin maart werd hij tijdens zijn werk als politieagent belaagd door een verdachte. Hij wilde versterking oproepen, maar zijn noodknop en portofoon weigerden.

Afblijven

“Voor alle mensen die bezig zijn met veiligheid, alle mensen die naar voren stappen om mensen te beschermen in plaats van een stap terug doen, is dit wetsvoorstel belangrijk.” Maar Simmers en zijn collega’s zijn ook sceptisch: “Eerst zien dan geloven, dat wel.” Ook Ruud Kuin, voorzitter van de Nederlandse BOA Bond, benoemt die erkenning. “Dit zet extra kracht bij dat je met je poten van onze hulpverleners af moet blijven.”

Lees ook: Noodknop politie kampt nog steeds met ‘kinderziekten’

Kuin ziet nog wel een ander heikel punt. “Een proces duurt vaak lang, te lang.” Als voorbeeld noemt hij een zaak waarbij een Haarlemse boa betrokken is die op zijn hoofd is geslagen door een geweldpleger. “Een jaar later is er nog geen uitspraak. En al die tijd draagt die handhaver dat bij zich en leeft hij in onzekerheid wat de straf gaat zijn.”