Misdaad

Moeder doodgestoken Rik wil gedenkplekje behouden en schrijft brief aan burgemeester

De moeder van Rik van de Rakt die in april werd doodgestoken hoopt met een brief aan de burgemeester van Oss dat er voor haar zoon een kleine gedenkplek wordt gemaakt. Begin deze maand verwijderde de gemeente kaarsen en bloemen op de plek waar Rik werd doodgestoken. Dit tot groot ongenoegen van de nabestaanden van Rik.

Moeder Ingrid Lourenssen heeft inmiddels weer een nieuw plekje gemaakt. Het probleem is dat dit elk moment weer weggehaald kan worden door de gemeente.

Lees ook: Gedenkplekje doodgestoken Rik (18) opgeruimd door gemeente, moeder ‘boos, teleurgesteld en verdrietig’

Iedere dag rijdt Ingrid langs de plek waar haar zoon 19 april van dit jaar werd doodgestoken. Rik reed op de bewuste ochtend op zijn fiets naar zijn werk toen hij werd doodgestoken door de 25-jarige Soedanese vluchteling Abdallah A..

A. bleek op dat moment in verwarde toestand te zijn. Op de plek waar Rik is overleden, stond sinds zijn dood een kaarsje en lagen er bloemen. “Soms als ik er langskwam zag ik nieuwe bloemen liggen. Dat betekende dat er nog iemand aan Rik had gedacht”, zegt moeder Ingrid Lourenssen tegen Hart van Nederland.

Herdenken

Om met de gemeente tot een oplossing te komen heeft Ingrid een brief geschreven aan burgemeester Wobine Buijs van Oss. “Ik heb de brief geschreven om mijn gevoel een plekje te geven”, zegt Ingrid. “We hebben al heel veel voorstellen gedaan voor een monumentje, maar zelf het idee voor een zinloos geweld-stoeptegel werd afgekeurd.” De moeder hoopt op een fysiek gesprek met de burgemeester waarin wordt gefocust op wat mogelijk is in plaatst van wat niet.

In een reactie schrijft de gemeente Oss dat ze de behoefte begrijpen van families om het verlies van hun kind te herdenken. Daarvoor hebben ze een speciaal monument gemaakt: het Vlinderboek. Voor Ingrid is het gezamenlijke monument niet een plek waaraan ze aan haar zoon kan denken. ”Ik vind het een heel mooi monument, maar mijn zoon is geen vlinder. Ik heb er niks mee”.