Gezondheid

'Extra steun nodig voor jongeren met verstandelijke beperking'

Van de jongeren met een licht verstandelijke beperking (LVB) kan ruim de helft (56 procent) niet zonder extra ondersteuning meekomen in het onderwijs.

In vergelijking met hun leeftijdsgenoten zonder deze beperking is dat elf keer zo veel. Van de jongeren zonder LVB heeft 5 procent extra hulp nodig. Tot die conclusie komt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in de publicatie ‘Meer meedoen’. De publicatie moet meer inzicht moet bieden in de problemen van mensen met een LVB op school of werk.

Problematiek verkleinen

Scholieren met een licht verstandelijke beperking hebben meer moeite om nieuwe dingen te onthouden of abstracte zaken te begrijpen. Daarnaast hebben ze vaker last van gezondheids- en psychische problemen dan jongeren zonder een beperking. Mensen met een IQ-testscore tussen 50 en 70 hebben een licht verstandelijke beperking.

Hun problemen op school of – in hun latere leven – op het werk kunnen vervelende gevolgen hebben. Het is niet altijd duidelijk dat iemand een licht verstandelijke beperking heeft. “Hierdoor kan het beeld ontstaan dat iemand niet wil, terwijl het meer een kwestie is van niet kunnen”, aldus het SCP-rapport.

Tijdige signalering en begeleiding op school, een beter besef over de problematiek bij de werkgever en ondersteuning vanuit de omgeving kunnen bijdragen om de problematiek te verkleinen.

Moeite om mee te komen in het onderwijs

Volgens het rapport hebben ongeveer 91.000 van de 163.000 jongeren (56 procent) tussen de 12 en 18 jaar met LVB moeite om zonder ondersteuning mee te komen in het onderwijs, zoals in het voortgezet speciaal onderwijs, het praktijkonderwijs, het vmbo met leerwegondersteuning of het entreeonderwijs.

De onderzoekers gaan ook in op de gevolgen van de coronacrisis. Zij vrezen dat bijvoorbeeld het wegvallen van praktijkvakken nadelig kan zijn voor de arbeidsmarktpositie van mensen met een LVB. “Mensen met een LVB zijn vooral werkzaam aan de onderkant van de arbeidsmarkt; dat is vaak werk dat laagbetaald en onzeker is. De eerste studies van het Centraal Planbureau en Sociaal Cultureel Planbureau naar de gevolgen van de coronacrisis laten zien dat de mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt hard worden geraakt.”