Misdaad

Celstraf en behandeling voor neerslaan agent bij trouwstoet Rotterdam

De rechter in Rotterdam heeft de zogeheten trouwstoetmepper anderhalf jaar cel, waarvan een half jaar voorwaardelijk, opgelegd. De 26-jarige Rotterdammer Shahid B. werd schuldig bevonden van poging tot zware mishandeling.

Daarnaast moet hij na zijn detentie verplicht een behandeling ondergaan in een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking. B. maakte deel uit van een overlastgevende trouwstoet waartegen de agent op 30 augustus 2019 in Rotterdam optrad.

‘Agent heeft nog altijd klachten’

De rechtbank sprak donderdag van een ernstig feit: “Hij heeft het slachtoffer een harde vuistslag op zijn nek en hoofd gegeven. Daarna is hij op de vlucht geslagen, zonder zich om diens welzijn te bekommeren. Terwijl het slachtoffer niets anders deed dan wat van hem werd verwacht, namelijk zijn werk.” B. moet van de rechtbank rond 4000 euro schadevergoeding aan het slachtoffer betalen.

Lees ook: Gert Jan werd mishandeld bij trouwstoet: ‘Dader is slachtoffer van verkeerde opvoeding’

De agent die toen van achteren werd aangevallen, Gert Jan de Jonge, kwam door de klap op de grond terecht en raakte bewusteloos. Hij heeft nu nog steeds klachten, maar in tegenstelling tot het Openbaar Ministerie oordeelde de rechtbank dat geen sprake is van zwaar lichamelijk letsel. Om die reden achtte de rechtbank zware mishandeling niet bewezen, maar slechts de poging daartoe. De opgelegde celstraf is daarom ook lager dan de achttien maanden onvoorwaardelijke celstraf die het OM had geëist.

Gert Jan kan door de klap nog altijd zijn werk niet fulltime uitvoeren. Hij is nog steeds aan het revalideren. Door de dreun liep hij Postcommotioneel Syndroom (PCS) op, oftewel licht traumatisch hersenletsel, de gevolgen van een hersenschudding. Maar langzaam maar beter gaat het steeds beter met hem.

Begeleid wonen

Ook nam de rechtbank de eis van het OM tot oplegging van tbs met voorwaarden niet over. In het verleden is B. volgens deskundigen tijdens behandelingen “leerbaar” gebleken. Maar hij heeft tot nu toe in het reguliere traject nog niet de juiste zorg gekregen.

Het strikte kader van de tbs met voorwaarden acht de rechtbank niet nodig. Aan het voorwaardelijke deel van de straf verbindt de rechtbank, naast de opname in de instelling, onder andere ook nog de voorwaarde dat B. na zijn behandeling begeleid moet gaan wonen en een verbod op alcohol- en drugsgebruik.

‘Krachtig signaal’

“Politie en andere hulpverleners moeten hun werk kunnen doen”, aldus de rechtbank. “Mede uit preventief oogpunt moet van de straf een krachtig signaal uitgaan dat dit gedrag onaanvaardbaar is.” Positief vond de rechtbank dat B. zijn excuses aan de agent had aangeboden en dat hij ter zitting volledige openheid van zaken had gegeven.

ANP/Redactie