Nederland staat nu op de 38e plaats op de ranglijst van gendergelijkheid, ook wel de  Global Gender Gap Index genoemd. Dat is 11 plaatsen lager dan in 2018. Landen als Nicaragua, Rwanda, Cuba en Uruguay staan ver boven Nederland.

Kloof tussen mannen en vrouwen groeit

Van de 153 landen hebben 101 landen dit jaar en vorig jaar de kloof tussen mannen en vrouwen weten te verkleinden. Nederland behoort echter tot de landen waarin de kloof juist niet is afgenomen. Volgens de studie is hier ongeveer 73 procent van de ongelijkheidskloof gedicht, terwijl dit vorig jaar nog bijna 75 procent was.

De aanvoerder in de lijst is IJsland. De onderzoekers hebben gekeken naar gelijkheid, niet naar ontwikkelingsniveau of welvaart. Zo moeten vrouwen in Rwanda werken om hun gezin te kunnen onderhouden.

Vaker parttimebaan

Wat meespeelt is dat Nederland nog nooit een vrouwelijke premier heeft gehad. Verder hebben vrouwen vaak nog een parttimebaan en blijft hun aandeel in leidinggevende functies sterk achter. Tevens besteden vrouwen hier twee keer zoveel tijd aan zorgtaken en onbetaald werk als mannen. Wat betreft onderwijs, gezondheidszorg en levensverwachting doet ons land het wel goed.

Professor Henk Volberda van de Universiteit van Amsterdam is betrokken bij het onderzoek, en stelt dat het emancipatiebeleid de afgelopen jaren niet erg effectief is geweest. “We hebben in Nederland inmiddels goed gekwalificeerde en uitstekend opgeleide vrouwen. We moeten er alles aan doen dat zij nu ook beter doorstromen naar leidinggevende managementposities en politieke functies.”  Daarom bekijkt politiek Den Haag momenteel de mogelijkheden voor een vrouwenquotum bij beursgenoteerde bedrijven.

Volberda denkt ook dat Nederland een voorbeeld kan nemen aan de Scandinavische landen. “Zij lopen duidelijk voorop als het gaat om voorzieningen voor ouders om werk en gezin te combineren, kinderopvang en zwangerschapsverlof.” Volgens het WEF duurt het nog minstens zo’n honderd jaar voordat de achterstand van vrouwen is opgeheven.

ANP