Politiek

Kamervragen over nazorg van slachtoffers seksueel geweld

GroenLinks heeft Kamervragen gesteld over de nazorg van jonge slachtoffers van seksueel geweld. Dat schrijft GroenLinks-Kamerlid Lisa Westerveld op Twitter. Aanleiding is het verhaal van de 16-jarige Stephanie in Hart van Nederland. Het meisje kreeg zelf te maken met seksueel misbruik en kreeg niet de zorg die ze nodig had.

Stephanie hield een posttraumatische stress-stoornis (PTSS) over aan haar ervaring, maar die aandoening werd in eerste instantie niet door hulpverleners herkend. “Ik heb in heel veel verschillende plekken gezeten. En al die plekken hebben niks kunnen doen. Ze stuurden me van het kastje naar de muur, ze konden me niet aan. Ik was een te heftige casus.”

Lees ook: Misbruikslachtoffer Stephanie (16) zwaar in problemen na verkeerde diagnose

Signalen misbruik beter herkennen

Westerveld en haar partijgenoot Niels van den Berge willen daarom van de Kamer horen wat er nodig is zodat hulpverleners signalen van seksueel geweld beter kunnen herkennen. Daarnaast willen de partijleden opheldering over hoe het kan dat misbruikslachtoffers zo vaak worden doorverwezen, voordat ze de nodige hulp krijgen.

Door het ontbreken van de juiste nazorg, belandde Stephanie in een diep dal. Ze sneed zichzelf en kwam daardoor vaak in een isoleercel terecht. “Daar heb ik negen tot tien maanden in gezeten, dag en nacht. Ik brak van binnen en van buiten,” zegt ze daarover.

Geen dwangmaatregelen

GroenLinks waarschuwt voor dwangmaatregelen tijdens een behandeling. De partij vindt bijvoorbeeld dat opsluiting in een isoleercel “herbelevingen kunnen oproepen en trauma’s kunnen veroorzaken”. De partij wil dan ook dat dit soort maatregelen niet worden opgelegd aan misbruikslachtoffers. Ook wil ze opheldering over de afspraken die zijn gemaakt met de jeugdzorgsector om het aantal afzonderingen fors terug te dringen.

Stephanie krijgt inmiddels de goede traumabehandeling en woont weer thuis. “Ik heb nu weer een toekomstplan voor me. En ik heb dat jaren geleden niet meer gedacht.”